Bouwkunde : voor het hoger technisch onderwijs 1
Jellema; Meischke; Muller; Tol, A. van
Geplaatst op Dinsdag 04 februari 2003
Hoofdstuk 2: Hout
Groeiwijze & opbouw van hout:- Meristeem: lentegroei of primaire groei in topje van het twijgje
- Onderdelen van boom:
- merg
- kernhout (afgestorven spinthout)
- spinthout (opwaartse sapstroom)
- cambium (diktegroei, nieuwe bast+houtcellen)
- bast (neergaande sapstroom)
- schors (afgestorven bast)
- Bij zagen van de boom:
- radiale vlak
- tangentiale vlak
- kopse vlak
- Door chemische reactie in de boom ontstaat zetmeel:
water + koolzuur + zonlicht --> zetmeel + zuurstof (reactie is fotosynthese)
- ’s-Nachts vind celademhaling plaats
- Cel bestaat uit:
- celkern --> bepaalt erfelijke factor en regelt levensfunctie
- celwand
- Celwand:
- primaire celwand
- middenlamel
- secundaire celwand
- opgebouwd uit fibrillen, die celluloseketens vormen
- tijdens het verhouten ontstaat lignine
- lignine en celluloseketens geven de sterkte aan het hout
- Bij verouderen van de cel wordt cellulose uit stoffen van het protosplasma gevormd --> secundaire wand
- groepen cellen noemt men weefsels:
- cambiumweefsels
- bastweefsels
- steunweefsels
- tracheaalweefsels
- parenchymweefsels
- Weefsels in lengterichting --> vezels
in mergrichting --> houtstralen of mergstralen
Naaldhout:
- houtvezels dienen voor stevigheid en bepalen mede de zwaarte en sterkte.
- houtstralen zorgen voor horizontaal voedseltransport + opslag en hebben gunstige invloed op de sterkte.
- harsgangen
- houtvaten transporteren voedsel vanaf wortels naar bladeren
je hebt:- wijde vaten
- nauwe vaten
- parenchym weefsel
- thyllen bellemeren het passeren van vocht door de vaten
- Stippels:
- openingen om voedseltransport in levend hout mogelijk te maken
- je hebt:
- gewone stippels
- halve stippels
- hofstippels
- Enkelvoudige stippels: -cellen v.d. straal worden gescheiden door een vliesvormig middenlamel
- Hofstippels:
- torus aangedrukt zodat er bij een vochtgehalte lager dan het vezelverzadigingspunt geen voedseltransport meer plaatsvindt
het hout heeft in drie hoofdrichtingen niet dezelfde eigenschappen. Dit berust op de opbouw van het hout.
Inhoudstoffen van hout:
behalve cellulose & lignine zijn er nog andere stoffen:
- natuurlijke inhoudstoffen
- aromatische verbindingen
Fysische eigenschappen:
- Volumieke massa:
bepaald door:- celwand dikte
- vorming steunweefsel
- percentage laathout per groeiring
- Mechanische eigenschappen bepaald door:
- celvorm
- celwandstructuur
- plaats lignine middenlaag
- Invloed houtstructuur op sterkte:
Druk- en buigsterkte invloed op:- groeiringbreedte
- aantal poriën in hout
- grootte en dikte celwanden
- hoeveelheid laathout
- plaats van de vaten
- treksterkte
- Technische bewerking:
- groeiringbreedte
- celwanddikte
- inhoudstoffen
- hoeveelheid harsgangen
- Thermische eigenschappen eigenschappen:
- lage warmtegeleidingscoëfficiënt
- groot warmtecapaciteit
- vertragende werking bij brand
- goede elektrische isolatiestof
hygroscopie: het graag opnemen van water
Men kan water in hout verdelen in:
- vrije water in de celholten
- de waterdamp in de celholten
- gebonden water in de celwanden
hoeveelheid waterdamp aanwezig in de beschouwde hoeveelheid lucht, gerelateerd aan de hoeveelheid waterdamp die hij kan bevatten
de massa van de hoeveelheid water die een monster bevat, gerelateerd aan het droge massa in procenten.
het punt waarbij precies al het vrije water uit het hout verdwenen zal zijn. vanaf dit punt veranderd de fysische eigenschappen van hout.
houtvochtgehalte dat zich na verloop van tijd instelt indien temp en relatieve vochtigheid constant blijven.
verschil in evenwichtsvochtgehalte van een houtmonster bij vochtadsorptie resp. vochtdesorptie.
Kwasten:
- vaste of gezond kwasten
- losse kwasten
- pijpkwasten
- schietkwasten
- pitten
- kopscheuren
- droogscheuren
- hartscheuren
- ring-of kringscheuren
- valbreuk
- reactiehout (bij naaldhout drukhout, loofhout trekhout)
- draadverloop
Vellen: geschiedt in het najaar of in de winter i.v.m. besmetting van schimmelsporen. Na vellen of rooien wordt de boom ontdaan van wortels, takken en topeind.
Ringen: aanbrengen van een inkeping
Wateren: Om kwaliteit en duurzaamheid te vergroten, is het zinvol om de voedingssappen d.m.v. wateren eruit te halen.
Zagen van hout
Tot delen zagen:
- op vlam zagen (machine verdeelt het hout in een aantal delen)
- vals kwartiers of halfkwartiers zagen
- zuiver kwartiers zagen
Hygroscopie en werken van hout:
Door niet goed drogen van hout kunnen later problemen ontstaan door krimpen en zwellen. Hierdoor ontstaan droogspanningen. Uitzetten en krimpen heet werken van hout.
Droogsystemen:
onderscheiden van drie vochtbewegingen:
- boven het VVP +/- 27C, het water wordt door capillaire werking van celholten en stippels getransporteerd.
- onder het VVP, het water wordt door diffusie naar celoppervlakten gevoerd
- verdwijnen van het vocht uit de celwanden
- Droging aan de open lucht
- Hoge temperatuurdroging (voornamelijk voor naaldhout)
- Drogen bij een constant stijgende temperatuur (voornamelijk voor naaldhout)
- Lage temperatuurdroging (voornamelijk voor loofhout)
- Vacuümdroging
- Drogen m.b.v. stoom
- klimaatkamers
- sneldrogers
- vacuümdrogers
houtrotveroorzakende schimmel alleen als:
- vocht > 21%
- temperatuur 5-40°C
- voedingsbodem van hout
- zuurstof
Schimmels:
- schimmels die celwanden van het hout niet aantasten
- blauwschimmels (vooral naaldhout)
- schimmels die celwanden van hout wel aantasten (houtrotverwekkers)
- bruine rot (cellulose) (er ontstaan vierkantjes)
- witte rot (cellulose en lignine) (elfenbankjes)
- zachte rot (cellulose en lignine)
- vuur
- roodstrepigheid
- slaap (beuken) (witte kleur met zwarte omlijning)
- inloop (eiken)
- witpijp (ontstaat op de plek waar tak is afgebroken)
- witte olm
- huiszwam (bruine rot)
- kelderzwam (zwarte of donkerbruine waaiervormige strepen)
- Insecten:
- drooghoutboorders (houtworm, huisboktor, spinthoutkever, bonte knaagkever)
- nathoutboorders (houtwesp, reuzenhoutwesp)
- marineboorders (paalworm, gribbel)
- Weekdieren
- Kreeftachtigen
Beschermen van hout:
- afdekken met een metaal of kunststof
- schilderen van hout
- inbrengen van een chemisch middel
- bestrijken
- dompelen
- sproeien
Gelamineerd hout opgebouwd uit horizontaal of verticaal op elkaar gelijmde lamellen. Gelamineerde elementen kunnen in verschillende vormen verlijmd worden:
- liggers
- kokers
- T-balken
- I-balken
- kruisvorm
vooral gelet op:
- houtsoort
- afmeting
- droogteklasse
- duurzaamheidsklasse
- kwaliteitsklasse
- sterkteklasse
Hoofdstuk 3: Plaatmaterialen
Houtachtige plaatmaterialen- lager volumieke massa dan massief hout
- verschillende afmetingen
- drie of meer (altijd oneven) op elkaar gelijmde laagjes hout (fineer, in de bouw triplex of multiplex genoemd)
- binnenwerk van latjes (massief hout) daaroverheen fineerlaag, kruislings daarover een edel houtsoort. Dit noem je crossboard
- met bindmiddelverlijmde houtspanen of vlasspanen
- houtkrullen samengekit met cement, dit heet houtwolcement
- houtvezels (zacht-hardboard
- schillen
- steken of snijden
- zagen
- hoge temperatuur + druk (lijmen)
- samenvoegen door dun geperforeerd papier
- vellen samenvoegen met zig-zag draad
- parket
- kistjes
- andere meubels
Triplex:
- minimaal 3 lagen fineer
- houtdraad loodrecht op elkaar (voorkomt krimpen/uitrekken lengte + breedte)
- dekfineer
- lijmplaat / blindfineer
Soorten triplex:
- Fins triplex
- Amerikaans en Canadees triplex
- Frans triplex
- tegenwoordig niet meer vervaardigd
- lattenmeubelplaat
- staafjesmeubelplaat
- crossbandmeubelplaat
Gemaakt van: houtspanen afkomstig van hout dat wordt verkregen door het uitdunnen van bossen en uit de houtverwerkingsindustrie.
Lijmen:
- goedkoop
- makkelijk verwerkbaar
- milieuvriendelijk
- geen uitstoot van schadelijke gassen
DOSB & Waferboard:
- gemaakt van grote spanen en bevat meestal 3 lagen
- houtvezels samengekit door lijm
- ondergaat dubbele persing
- grote maatvastheid
- hoge buigsterkte
- goed te schroeven en spijkeren
- goed te verwerken
Gemaakt van: fijne houtvezels
Soorten:
- hardboard (hete samenpersing)
- zachtboard (koude lichte samenpersing)
- mediumboard
- superhardboard
- duo forcedboard
- dikke dak, wand en vloerplaten
Vlasspaanplaat (linnen)
Dakelementen en dakplaten
Composietplaten (hellend dak):
- zonder isolatie
- met isolatie (PU hardschuim)
- met isolatie (PS hardschuim)
- met minerale wol
Hoofdstuk 4: Kleiwaren
KleiKlei ontstaat door de verwering van moedergesteenten (met primaire mineralen), in de rivier wordt door afslijping de natuursteen tot veldspaat en glimmerdeeltjes verkleind. Bestanddeel grover dan klein (groter dan 0,005mm) en fijner dan korrels (0,05mm) wordt leem genoemd. Klei kan langs rivieren en langs de zee worden gevonden, maar ook op heuvelruggen.
De anorganische delen in de klei bevatten siliciumverbindingen, kleine hoeveelheden mineraaloxiden en sporen van zouten. Klei bevat in mindere maten ook nog organische stoffen.
Klei is plastisch, dit wil zeggen klei heeft het vermogen om te kunnen vervormen en die vorm te behouden zonder scheuren. De mate van plasticiteit tussen uitrolgrens en vloeigrens wordt uitgedrukt in de plasticiteitsindex. Het vochtgehalte heeft een invloed op de vervorming en de kracht van de klei.
kleuren: klei --> wit
kalk & weinig ijzeroxide --> geel
veel ijzeroxide --> rood
mangaanoxide --> zwart
Indeling naar aard en/of herkomst:
- al dan niet voorbehandelde kleisoorten
- natuursteen en mineralen
- chemische toeslagstoffen
- reststoffen
- (beïnvloeding van) plasticiteit / vormgeving
- verbetering van de droogeigenschappen
- verbetering van de bakeigenschappen
- (bak) kleurbeïnvloeding
- voorkomen van uitslag
-->opslag van afgegraven klei (horizontaal plaatsen, verticaal wegnemen)
Fabricage van baksteen is te onderscheiden in:
- voorbewerking van de klei
- vormen van de steen
- drogen van de gevormde steen
- verstenen ofwel het bakken
- vingerprint
- grillig en ruw generfde oppervlak
- 5 bezande kanten
- meestal onbezand
- enige steen met perforaties
- 5 bezande kanten en 1 afgesneden vlak
- tunneldrogerij
- kamerdrogerij
- ruimtedrogerij
- veldoven
- ringoven
- vlamoven
- zig-zagoven
- tunneloven
- klokoven of huifoven
Je kunt baksteen verkrijgen in de volgende fomaten:
- Waalformaat
- Vechtformaat
- Dikformaat
- F5-formaat
- Rijnformaat
- IJsselformaat
- percentage holle ruimte van 20% of meer
- inkervingen dienen voor goede aanhechting van mortels
- je hebt:
- staltonlateien
- verblendsteen
- tijdens productie zijn grote poriën aangebracht
- je hebt:
- Molertseen
- Porisosteen
- Fimonsteen
- Poroton
Afhankelijk van de gewenste eigenschappen zal tijdens het bakproces gestreefd worden naar een geringe, matige of grote poreusheid.
Ten aanzien van de wateropname wordt onderscheid gemaakt tussen de hoeveelheid water die onder en de snelheid die onder bepaald condities in het materiaal worden opgenomen. Ook is de verplaatsingsafstand van het water in de steen van belang. Onder de buffercapaciteit verstaat men de hoeveelheid regen uitgedrukt in mm, die door een steen op het moment...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

