Literaire begrippen
Geplaatst door cinderella op Woensdag 12 februari 2003
Nederlands Taakkaart 1: Literatuur en Literaire begrippen
- Lezersverwachting
- De verwachting die een lezer heeft van een gedicht, verhaal of roman
- Open plek
- Alle relevante informatie die de lezer niet krijgt
- Spanning
- De drijfveren om verder te lezen, om de opgeroepen vragen te beantwoorden, is onder andere afhankelijk van de lezersverwachting, mag niet te veel en niet te weinig voorspelbaar zijn
- Spanningsboog
- De tijd tussen het ontstaan van vragen en het antwoord daarop (verhaal zelf is er ook een)
- Open einde
- Als er open plekken blijven als de tekst afgelopen is
- Gesloten einde
- Als alle vragen beantwoord zijn en er geen open plekken meer zijn aan het einde van de tekst
- Kennis van genres
- Verschil fictie non-fictie
- Verschil proza poëzie
- Informatie in titels en ondertitels
- Presentatie van het boek; genre, verschil roman novelle
- Tegenstrijdige informatie
- Verwijzingen
- Niet of nauwelijks informatie
- Titel
- Het handelen van personages: al de lezer geen informatie krijgt over de motieven
- Witregels en hoofdstukken
- Dosering van bijvoorbeeld humor, het creëren van bijzondere verhaalfiguren en situaties
- Kennisvoorsprong of achterstand van de lezer
- Een handeling vertragen, de ontknoping uitstellen
- Het verhaal een andere wending geven
- Op een andere verhaallijn overschakelen
- Non fictie
- Teksten die, buiten de taaluiting, rechtstreeks verwijzen naar de werkelijkheid, niet per se objectief
- Fictie
- Teksten die geen rechtstreeks verslag geven van de werkelijkheid
- Proza
- Teksten verdeeld in alinea’s en hoofdstukken, de regels zijn helemaal volgeschreven
- Poëzie
- Een deel van de bladzijde wordt gebruikt, uiterlijke presentatie is belangrijk, is aan regels gebonden, is geconcentreerd, isolering gedachten, feiten, motieven, veel herhaling, ambiguïteit (duidelijkheid) is gewenst
- Lyriek
- Geconcentreerde subjectieve evocatie (oproepen fictieve wereld vanuit ikpersoon), niet in toneelvorm
- Epiek
- Naar enige objectiviteit (zo waar mogelijk) strevende verhalende kunst
- Dramatiek
- Objectieve uitbeelding in toneelvorm
- Lectuur
- Teksten zonder artistieke erkenning
- Literatuur
- Teksten die artistieke erkenning krijgen van kenners (recensenten, docenten)
- Historiciteit
- Het verschijnsel dat literaire teksten samenhangen met de tijd waaruit ze komen
- De mythe: een verhaal dat antwoord probeert te geven op de raadsels van het leven op aarde en het menselijk bestaan
- Het sprookje: voornamelijk bedoeld voor vermaak, ze zijn ruimte- en tijdloos, ze zijn fantasierijk en hebben vaak een gelukkige afloop
- De sage: heeft een historische, waargebeurde kern waaromheen is gefantaseerd, in tijd en ruimte te plaatsen
- De legende: een godsdienstig verhaal rond Jezus, Maria of een andere heilige, de kern is een wonder en het brengt je in contact met het christendom
- Kunstgreep of procédé
- Het ervoor kiezen om het verhaal op een bepaalde manier te vertellen
- Tijdsmanipulaties
- Ingrepen in het tijdsverloop
- Fabel (story)
- Een tekst logisch-chronologisch weergegeven
- Sujet (plot)
- Een fabel waarbij de kunstgrepen zijn toegepast
- Chronologisch
- De gebeurtenissen weergegeven in de volgorde waarin ze plaatsvinden
- Niet-chronologisch
- De gebeurtenissen worden in een andere volgorde verteld dan die waarin ze plaatsvinden
- Continu
- Alle tijd wordt verteld
- Niet-continu
- Stukken tijd worden niet verteld
- Tijdsverdichting
- Bepaalde gebeurtenissen worden wel aangeduid maar niet uitvoerig beschreven
- Tijdrekking
- Het vertellen van gebeurtenissen duurt langer dan de gebeurtenis zelf
- Vooruitwijzing (anticipaties)
- Een...
Reactiesmattjwt 04 november 2009 @ 17:44 uur super bedankt!

