LoginnaamWachtwoord
Gysbreght van Aemstel
Vondel, Joost van den
Geplaatst op Zondag 02 september 2001


Samenvatting

Eerste bedrijf
Gysbreght van Aemstel bevindt zich met soldaten en burgers buiten de Haarlemmerpoort om zich ervan te overtuigen dat het leger van de Kennemers en Waterlanders na een jaar werkelijk het beleg van Amsterdam heeft opgegeven. In een lange monoloog licht hij het publiek in over de situatie: hij is weliswaar (met Geeraert van Velzen en Herman van Woerden) betrokken geweest bij de samenzwering tegen en de moord op graaf Floris V., maar hij was de enige die de graafvoor een wettige rechtbank had willen laten verschijnen. Nu wordt juist Gysbreght getroffen door de wraak van Floris' aanhangers, terwijl de graaf zelf de schuldige van alles was: hij had zich vergrepen aan Machteld van Velzen (de nicht van Gysbreght) en daarna de adel getiranniseerd. Vooral het afgunstige Haarlem probeerde voordeel uit de wraakzucht te halen.
Het Karthuizerklooster, dat net buiten de stadspoort ligt, heeft als hoofdkwartier van de vijand gediend. Abt Willebrord komt vertellen dat de vijandelijke aanvoerders, Willem van Egmont en Diederick van Haerlem, hevige ruzie hadden gekregen en dat hij hen er toen van had kunnen overtuigen dat ze het beleg van Amsterdam maar beter konden opbreken. Arent van Aemstel, de broer van Gysbreght, heeft met zijn soldaten de vluchtende vijand nagejaagd en een gevangene, krijgsoverste Vosmeer meegebracht. Deze vertelt, dat hij een mooi plan had bedacht: in de kerstnacht zouden ze de gracht met rijshout moeten dempen en een bres in de muur slaan, zodat een groep dappere soldaten de stad binnen kon sluipen. Als bewijs dient het achtergelaten 'zeepaard', een met rijshout geladen schip. Er was echter ruzie onder de aanvoerders ontstaan over Vosmeers plan; hij was gevangen genomen, maar gelukkig door een vriend bevrijd, zodat hij kon vluchten. Arents soldaten hadden hem toen in het moeras ontdekt en gevangen genomen. Gysbreght gelooft het verhaal, schenkt Vosmeer de vrijheid en geeft hem opdracht het 'zeepaard' binnen de stad te brengen. De Rey van Amsterdamsche Maeghden (meisjes) bezingt de gemakkelijk behaalde overwinning. Nu kan Gods geboortefeest gevierd worden.


Tweede bedrijf
In de buurt van het Karthuizerklooster lichten Willem van Egmont en Diederick van Haerlem 's avonds hun hoplieden in over Vosmeers plan. Tot het moment van de grote aanval zullen ze onderdak zoeken in het klooster. Willebrord wil hen eerst niet toelaten, maar zwicht als Diederick dreigt het klooster in brand te steken. Intussen heeft Willem van Egmont bij de gracht een ontmoeting met Vosmeer, die vertelt dat het schip (dat vol soldaten zit!) de stad is binnengehaald en het rijshout gelost, zonder dat iemand argwaan heeft gekregen. De burgers van Amsterdam zijn naar de kerk gegaan; Vosmeer zal terugzwemmen naar de overkant en het schip in brand steken zodra de soldaten de Haarlemmerpoort geopend hebben. Het brandende schip zal het sein zijn voor Van Egmonts troepen om naar Amsterdam op te rukken. De Rey van Edelingen zingt de kerstzang, eindigend in een gebed.

Derde bedrijf
Gysbreghts vrouw Badeloch, die even insluimerde terwijl ze zich aan het kleden was voor de nachtmis, heeft een angstige droom gehad, waarin haar overleden nicht Machteld van Velzen verscheen. Machteld bezwoer Badeloch met haar dierbaren de stad langs de zeekant te verlaten, omdat die brandend ten onder zou gaan. Gysbreght hecht geen betekenis aan de droom, maar dan stormt de huisgeestelijke, deken Peter, binnenom te melden dat Vosmeer de stad in handen van de vijanden heeft gespeeld. Gysbreght haast zich naar de Schreierstoren om de toestand te overzien. Als hij terugkomt, staan Arent en de bondgenoten klaar om hem te volgen in de strijd. De Rey van Klaerissen zingt een klaagzang over de kindermoord in Bethlehem ('O, Kerstnacht, schoner dan de dagen …').

Vierde bedrijf
Klaeris van Velzen, dochter van Machteld, is moeder-overste van het Klaerissenklooster. In dit klooster, heeft Gozewijn, ex-bisschop van Utrecht en oom van Gysbreght, een toevlucht gevonden. Hij raadt Klaeris en de nonnen dringend aan te vluchten; hijzelf wil in bisschoppelijk gewaad de vijand afwachten. Klaeris weigert echter te vluchten. Op het moment dat Gozewijn samen met de nonnen de lofzang van Simeon zingt, treedt Gysbreght binnen. Hij wil hen in veiligheid brengen, maar ze zijn bereid te sterven. De vijand staat al voor de poort en Gysbreght vertrekt snel om die te bestrijden. Inmiddels verkeert Badeloch in de burcht in grote angst. Gysbreght heeft zijn broer Arent gestuurd om de bewoners van het kasteel te beschermen, Arent beschrijft uitvoerig de plundering van de Nieuwe Kerk, waarbij veel mensen zijn omgekomen, onder andere Kristijn van Aemstel; Gysbreght werd gedwongen zich van de Dam terug te trekken. De Rey van Burghzaten verheerlijkt de huwelijkstrouw ('Waer werd oprechter trouw/Dan tusschen man en vrouw/Ter weereld oit gevonden?'), waarna Gysbreght verschijnt.

Vijfde bedrijf
Hij vertelt dat na de Dam ook het Raadhuis door de vijand werd ingenomen; via een geheime gang had hij het gebouw kunnen verlaten. Onderweg heeft hij het klooster in brand zien steken. De bode vertelt wat zich daar binnen heeft afgespeeld: Witte van Haemstede (bastaardzoon van Floris V) heeft bisschop Gozewijn neergestoken en Klaeris verkracht en op gruwelijke wijze vermoord. Overal staan gebouwen in brand en het kasteel van Gysbreght is in groot gevaar. Arent doet met zijn mannen een uitval, maar wordt daarna dodelijk gewond binnengedragen en sterft. De Heer van Vooren (onderhandelaar van Willem van Egmont) eist overgave, maar Gysbreght weigert. Hij wil dat Badeloch en hun twee kinderen, Adelgund en Veenerick, aan de IJ-kant het kasteel verlaten. Badelochs verzet hiertegen maakt Gysbreght radeloos; als hij dreigt zich te zullen doodvechten, geeft ze uiteindelijk toe. Terwijl Peter het afscheidsgebed uitspreekt, verschijnt plotseling de aartsengel Rafaël om Gods plan mee te delen: eens zal de stad met grotere glans uit haar as herrijzen; Gysbreght moet aanvaarden dat Gods daden niet te begrijpen zijn. De engel voorspelt ook dat na drie eeuwen Gysbreghts daden op het toneel gebracht zullen worden. Hij moet met zijn gezin uitwijken naar het welvarende Pruisen, waar hij de stad Nieuw-Holland zal stichten. Gysbreght buigt voor Gods wil, hoewel het afscheid van Amsterdam hem zwaar valt, want 'De liefde tot zijn land is yeder aengeboren'.



Analyse en interpretatie

Bronnen

Vondel heeft van verschillende bronnen gebruik gemaakt:
het tweede boek van Aeneïs van Vergilius Maro (70-19 v. Chr.). Aeneïs bestaat uit twaalf boeken; het tweede bevat Aeneas' verhaal aan koningin Dido over de...


[ Log in of registreer gratis om dit hele document te bekijken ]





Reacties
[post reply]

Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



Laatst bekeken...
11:04  Een dagje naar het strand van Heeresma,...
11:03  Marketing-communicatiestrategie van Flo...
11:03  College advocatuur
11:03  Grondslagen van de marketing van Verhag...
11:03  Integraal personeelsmanagement : een pr...
11:02  Cisco Semester 3 Versie 2.14
11:02  Juridische aspecten van de export van H...
11:01  Interne geneeskunde van Meer, C. van der
11:01  De val van Minco, Marga
11:01  Pijnstillers van Slee, Carry
11:00  Basisboek kwalitatief onderzoek : prakt...
11:00  Inleiding Bedrijfsinformatiekunde, 12 m...
09:52  Methoden en technieken van Baarda, D.B....
09:52  Persuasion : theory and research ; Curr...
09:52  Management van Daft, Richard L.


Van Joost van de Vondel
Faeton (1)
Gysbreght van Aemstel (6)

Meer van deze titel
1. Gysbreght van Aemstel - Vondel, Joost van...
2. Gijsbrecht van Aemstel - Vondel, Joost va...
3. Gijsbrecht van Aemstel - Vondel, Joost va...
4. Gysbrecht van Aemstel - Vondel, Joost van...