Enterprise resource management : de invloed van ERP op de beheersing
Dirkx, T.K. ; Heeswijk, M.H.J.M. van
Geplaatst door jappiejo op Maandag 18 november 2002
Hoofdstuk 1 visie op control
De traditionel rapportage over alleen performance (diagnostic control) is niet meer voldoende binnen een organisatie.De volgende control-begrippen:
- Diagnostic control= systeems die ervoor moeten zorgen dat de strategische doelstellingen op efficiënte en effectieve wijze worden gerealiseerd.
- Beliefs systems= die ervoor moeten voor een verhoogd zelfbewustzijn van medewerkers en het zoeken naar nieuwe mogelijkheden moet stimuleren.
- Boundary systems= waarin de kaders worden geschetst waarbinnen medewerkers moeten handelen zodat van daaruit acties kunnen worden gestuurd en valkuilen kunnen worden vermeden.
- Interactive control systems= die het mogelijk maken dat topmanagers zich kunnen focussen op strategische onzekerheden en hierdoor op een pro-actieve wijze om kunnen gaan met de kansen bedreigingen die veranderen door steeds snellere ontwikkelingen in de omgeving. Deze laatste gaat uit van een andere wijze van strategiebepaling dan de meeste organisaties op dit moment doen. Het gaat ervan uit dat de traditionele, top-down manier van om te komen tot een strategie onvoldoende goed functioneert in een omgeving waar ontwikklingen elkaar in rap tempo opvolgen.
- Welke maatregelen moeten genomen worden om te waarborgen dat de juiste dingen goed worden gedaan?
- Welke maatregelen moeten worden genomen om te waarborgen dat we de goed dingen doen?
Sturen op realisatie van financiële middelen is ook uit de tijd, zegt immers niks over de omzet van het komend jaar en over de tevredenheid van klanten. De BSC is wel een goede performance meter.
Balanced business scorecard wordt onderscheid gemaakt tussen vier perspectieven:
- Het financiële perspectief= waarin doelstellingen met betrekking tot de resultaten worden aangegeven.
- Het klantperspectief= waarin doelstellingen worden geformuleerd waarmee de organisatie zich in de ogen van de klant wil onderscheiden t.o.v. de concurrent ( snelheid, leverbetrouwbaarheid, kwaliteit, doorlooptijd enz)
- Het innovatieperspectief= waarin die maatstaven worden benoemd die bepalend zijn voor het succes van de organisatie in de toekomst ( aandeel nieuwe producten in de omzet, snelheid van de productontwikkeling).
- Intern perspectief waarin is vastgesteld welke processen de grootste invloed op de tevredenheid van de klant en de te bereiken resultaten, alsmede aan welke eisen deze processen moeten voldoen (flexibiliteit, kwaliteit, doorlooptijd).
- KSF= Kritische succesfactoren
- KPI= Kritische prestatie indicatoren
Een ingevulde BSC kan door de manager als dashboard gebruikt worden. Afwijkingen van de indicatoren- de rapportage over leverbetrouwbaarheid- op het dashboard zijn aanleiding voor het uitvoeren van een nadere rapportage.
Als de KSF leverbetrouwbaarheid, met als KPI 92%, een belangrijke eis vanuit de markt is, dient de inrichting van de organisatie hierop afgestemd te zijn. Indien dit niet zo is, dan worden de resources verkeerd gebruikt, wat pure verspilling is.
Bewaking van consistente tussen de verschillende elementen, Enterprise Resource Management ( ERM), is de taak van de controller. Zie VB blz. 16.
Wat is een ERP applicatie?
4 elementen:
- Standaardprogrammatuur. Nadeel ervan is dat het inprincipe niet kan worden aangepast aan specifieke gebruikers wensen. Een oplossing is werken met parameters, deze kunnen organisatiespecifiek worden ingesteld. Nadeel hiervan is weer dat het implementatietraject langer wordt.
- Is er in beginsel opgericht alle processen binnen de totale organisatie te ondersteunen. De applicatie bestaat uit verschillende modules die delen van de processen ondersteunen.
- De ondersteuning zal op een geïntegreerde wijze, over de afdelings grenzen heen worden bewerkstelligd. Alle modules zijn op een geïntegreerde wijze aan elkaar gekoppeld.
- Het belangrijkste instrument is het gemeenschappelijke gebruik van gegevens (een centrale database)
De 4 beheerselementen van ERM + de verbondenheid met de ERP-applicatie:
- de eisen van de afnemers, de productmarktcombinaties (PMC’s)
Deze zijn bepalend voor de inrichting van de ERP-applicatie. Dus hebben indirect ivloed op de inrichting van de ERP-applicatie. - de processen zelf ( primair en ondersteunend). De ERP-applicatie neemt de besturing op procesniveau voor een belangrijk deel over. Ook de informatie voorziening, bij nagenoeg alle ERP-applicaties van dit moment worden er zo genaamde rapportgeneratoren geleverd. Drill-down functionaliteit= waardoor informatie op een hoog aggregatieniveau op steeds groter detailniveau bekeken kan worden.
- de besturing van de organisatie en de processen.
ERP heeft invloed op het verloop van de primaire en ondersteunde procesen, want is immers een standaardapplicatie die slechts ten dele organisatorisch specifiek gemaakt kan worden. - de ondersteuning van de processen door informatie en communicatietechnologie (ICT). Spreekt voor zichzelf. Zie blz. 20 en 21
- behoefte aan geïntegreerde managementinformatie
- verbeteren van de integratie eigen informatie systemen.
- Afstemmen van bedrijf op klanten en leveranciers.
- Verlenen van constante hoge servicegraag aan klanten.
H-2 Ontwikkeling van de ERP-aplicatie
ERP twee zeer uiteenlopende definities:- ERP= een gestandaardiseerde software applicatie die wordt gebruikt voor bedrijfsbrede integrale planning van capaciteitsbronnen.
- ERP= is een concept waarbij met behulp van ICT en onder invloed van ICT-ontwikkelingen en organisatieveranderingen plaatsvinden.
Voor ERP was er:
MRP I= Material Requirements Planning= behelst de planning van materiaalstromen met betrekking tot het productieproces.
MRPII= Manufacturing Resources Planning= behelst de planning van zowel materialen als capaciteit ten behoeve van productie.
MRPII beperkingen:
- beperkte besturing= MRPII richt zich alleen op de besturing van de goederen in en rondom het productieproces. Andere processen zoals bijv. verkoop en distributie maken hier geen onderdeel vanuit.
- Beperkte integratie= realiseert, mede vanwege de beperkte besturing, slechts een beperkte mate van integratie. Leidt dus tot integratie inkoop, voorraadbeheer, werkvoorbereiding en productie. Integratie tussen alle overige processen binnen (verkoop, marketing, distributie en technische dienst) ontbreekt.
- Beperkte toepasbaar= MRPII is met name geschikt voor toepassing binnen productieondernemingen die op voorraad produceren en is daarmee slechts beperkt geschikt voor een aantal andere bedrijfstypologieën zoals klantorder gestuurde productiebedrijven, dienstverlenende organisaties en handelsorganisaties.
ERP-applicaties kunnen worden ingezet binnen verschillende basis typologieen van organisaties:
- handelsbedrijven
- productiebedrijven
- transport- en distributiebedrijven
- gegevensverwerkende organisaties
Vanuit het perspectief van productiebedrijven zijn er vier verschillende KOOP’en mogelijk:
- engineer-to-order(ETO): Voordat de order kan worden uitgeleverd, dient er een ontwerp te worden gemaakt, grondstoffen en materialen voor de desbetreffende order te worden ingekocht en geproduceerd te worden KOOP 5.
- Make-to-order (MTO): Voordat de order uitgeleverd kan worden, dienen alle productiestappen te worden doorgelopen KOOP 4.
- Assemble-to-order (ATO): Voordat de order uitgeleverd kan worden, dient de order te worden samengesteld uit de halffabrikaten die reeds op voorraad geproduceerd dan wel ingekocht zijn KOOP 3.
- Make-to-stoke(MTS): De order kan uit voorraad geleverd omdat er reeds eindproducten op voorraad geproduceerd zijn. Er dient alleen nog transport richting de afnemer plaats te vinden. KOOP 2
- Groothandel: De order kan uit voorraad geleverd worden, omdat er eindproducten reeds op voorraad zijn ingekocht. Er dient alleen nog transport richting de afnemer plaats te vinden (KOOP2).
- Detailhandel: De order kan uit de voorraad geleverd worden, omdat de eindproducten reeds op voorraad zijn ingekocht. (KOOP 1).
VAL=Value added logistics= de meeste transportorganisaties zijn hun dienstenpakket aan het verbreden. Op het gebied van vervoer heeft dit geleid tot de volgende ontwikkeling:
- Veemopslag= het verhuren van vierkante meters
- Transport= het verhuren van de auto en de chauffeur waarbij de transportplanning wordt geregeld door de verlader.
- Transportcentrum= de onderneming draagt zelf voor de transportplanning en vervoer.
- Distributiecentrum= Naast transportplanning en vervoer eveneens in-, op- en uitslag van goederen.
- Logistiekservicecentrum= verbreding van het diensten aanbod met order-entry en facturering voor klanten van de verlader.
- Transportnetwerk= aaneenschakeling van transportcenters met overslag en groupage mogelijkheden.
- Logistieknetwerk= Transportnetwerk dat zich naast overslag eveneens bezighoudt met order-entry en facturering.
VAP=Value added production= Naast het transporteren en opslaan van goederen gaan distributeurs ook over tot het aanbieden van productieactiviteiten. Zoals ompakken, labelen,en het op andere manieren klantspecifiek maken van producten. ERP-functionaliteiten dienen in dit geval ook te beschikken over productie functionaliteieten.
Bij gegevensverwerkende organisaties wordt gesproken over het Klant Contact Ontkoppelpunt= KCOP i.p.v. KOOP. Zie fig. 6 blz. 32.
Drie KCOP posities:
- Loketdiensten= korte standaardklantcontacten in de frontofice en een standaard administratief verwerkings proces in de back-office.
- Afstemdiensten= klantcontacten in de front-office gericht op het afstemmen van de klantwensen en de gedifferentieerden productmogelijkheden van de dienstverlener.
- Relatiediensten= maatwerk klantcontacten in de frontoffice die bedoeld zijn om zo adequaat mogelijk in te spelen op de behoefte van de klant.
Antwoord: De grote doorbraak binnen het logistieke vakgebied die heeft geleid tot het ontstaan van MRPI, is alleen mogelijk gemaakt door gebruik te maken van de rekenkracht van computers. Ook vedere ontwikkelingen zijn leidend zoals snellere pc’s, verbeterde database-toepassingen, ontwikkelingen van rapportage tools zijn voorbeelden van ICT-ontwikkelingen ie ten gromdslag liggen aan verbeterde toepassingsmogelijkheden van ERP-applicaties.
Uitbreiding van de ERP-functionaliteiten is sterk afhankelijk van ICT-ontwikkelingen
H-3 De ERP-Markt
Vele ERP leveranciers hebben hun afzetmarkt duidelijk afgebakend, per branche of type organisatie. De ERP-markt is dan ook op verschillende manieren te segmenteren:- naar branche
- naar klantgrootte
- naar de typologie van het primaire proces van de doelgroep
- naar de ondersteuning van de vijf KOOP-posities.
De Nederlandse markt 90 aanbieders ERP-paketten. Twee hoofdcategorieën de Global en de Local players.
Global players zijn de ERP aanbieders die hun pakket wereldwijd verkopen en ondersteunen.
Local players voornamelijk werkzaam in Nederland en België (Zie ook blz.37)
De meeste Local players...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

