Het dolhuis : roman
Buch, Boudewijn
Geplaatst op Donderdag 30 augustus 2001
Uitgever : Amsterdam Uitegeverij De Arbeidspers
Vertaald : Nee
Titelverklaring :
Het boek heet ‘Het Dolhuis’, omdat de hoofdpersoon een tijdje in het gekkenhuids heeft gezeten.
Hij noemde dat ‘Het Dolhuis’. Daarom wordt het boek zo genoemd.
Personen :
Één.
De hoofdpersoon heet Winkler Brochhaus. Zijn vader komt uit Duitsland en zijn moeder uit Nederland.
De hoofdpersoon is aan het begin van het verhaal een klein jongetje van ongeveer 10 jaar oud. Hij word door zijn ouders in een inrichting gezet, omdat zij vonden dat hij te veel met zijn vader optrak.
Als hij die inrichting verlaat blijft zijn geheugen daar nog altijd. Zijn karakter is er heel erg door beïnvloed.
Hij blijft maar naar het verleden zoeken.
Twee.
Andere personen zijn : zijn ouders, zijn broers : Meyer, Brit en Laroux, Mevrouw Sprong zij woont op zolder bij de familie van Winkler, Göttge een goede vriendin van Winkler, Solange de vriendin van Winkler, de patiëntjes in de inrichting, zuster Makela, de psychiaters, Stefanie een log, die bij hun komt logeren en andere vrienden van Winkler : Evelien, Jaap, Teunis, Thourette en Emile.
En Tommie een patiëntje die om het leven komt in het gekkenhuis
Tijd en plaats :
Één.
Het verhaal speelt zich in en na de jaren ’50. Dat staat ee aantal keer in het boek genoemd.
Dit boek is een vervolg op de ‘Kleine blonde dood’
Twee.
Het boek heeft 186 blz.. Ik heb er twee dagen over gedaan om het boek uit te lezen.
Drie.
De vertelde tijd is moeilijk vast te leggen, omdat de schrijver verschillende fases verteld uit zijn leven en hij verteld ze niet op volgoorde.
Vier.
Het verhaal speelt zich af in Brabant, verschillende landen van Afrika en in verschillende landen van Europa dat komt doordat de hoofdpersoon (Winkler) geoloog is.
Thema :
Één.
De thema’s van dit boek zijn : mishandeling en eenzaamheid. Dit verhaal gaat over iemands herinneringen.
Deze herinneringen worden door de schrijver uitgebreid verteld.
Twee.
De schrijver wilt hier duidelijk maken wat hem overkomen is in een periode uit zijn leven.
Samenvatting :
Op de dag dat de Gooische Stroomtram zijn laatste rit maakte reisde de tienjarige Winkler Brockhaus met een rammelende , groene trein naar het zuiden. Niet dat hij wist dat hij naar het zuiden reed, maar mevrouw Sprong, die hem begeleidde, vertelde het.
Hij zat in de tram naast mevrouw Sprong en dacht aan wat zijn moeder hem vanochtend vertelde, hij zou een lange reis maken naar het zuiden zo’n 150 km. zou hij reizen. Niet dat hij het allemaal snapte, een volle tas met kleren en speelgoed en postpapier en postzegels, en zijn moeder die hem ook vertelde dat hij misschien heimwee zou krijgen. Ach, hij dacht er niet te lang overna hij zou wel zien waar hij heen zou gaan .
De tram stopte op het station. Daar stapte Winkler uit samen met de oude dame. Hij moest op het perron blijven staan tot dat Mevrouw Sprong terug kwam met de kaartjes.
Hij zag de trein aan komen, hij was heel blij, hij ging voor het eerst in zijn leven zo’n lange treinreis maken en dat vondt hij nog al spannend.
‘Wat gaat de trein hard’, riep Winkler uit.
Alles raasde heel snel voorbij , maar wat hij het raarst vond was dat de koeinen gewoon bleven staan,’Zijn ze niet bang van dat geraas ?’, vroeg hij aan mevrouw Sprong.
Mevrouw Sprong woonde bij hun op zolder. Ze had de grootste kamer in het huis. Ze had heel veel houten spullen in de kamer staan, stoelen tafels, etc.
Waarom mevrouw Sprong eigenlijk bij hun woonde wist hij niet, maat hij vond het wel hartstikke leuk. Hij mocht bij mevrouw Sprong altijd alles uithalen wat hij maar wou. Dat konden zijn broers niet, omdat Winkler haar lievelilng was.
‘Als ik het goed heb zijn we bijna in Brabant waar we moeten zijn’, zei mevrouw Sprong.
Winkler zat nog steeds erg blij op de bank, en vroeg allemaal dingen aanmevrouw Sprong.
‘Weet je eigenlijk waar je heen gaat, Winkje ? Wacht ik kom even naast je zitten’. Ze liet perongeluk haar tas uit haar handen vallen. Winkler raapte de tas op en pakte alle spullen die er uit gevallen waren op. Er zat niet zo veel in de tas van de oude dame : een rol pepermunt, een spiegeltje en een kartonnetje. Hij dacht wat moet mevrouw Sprong nauw met een kartonnetje in der tas. Hij draaide het kartonnetje om en schrok. ‘Dat is een foto van mijn vader !’ ‘Dat heb je goed gezien’, klonk ze een beetje geïrriteerd. ‘Bent u boos ?’ vroeg Winkler.
‘Nee’, antwoorde ze,’maar ik vroeg je wat. Weet je waar je heen gaat ?
‘Ja, mama zie dat ik naar een vakantiekolonie ging’. Mevrouw sprong werd even stil en zei :’ Weet je, Winkje, waar je echt naar toe...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

