Adverteren via Roadside
LoginnaamWachtwoord
Maakbaarheid en normativiteit : inleiding tot de filosofie van bestuur en beleid
Terpstra, Marinus Johannes
Geplaatst op Maandag 03 juni 2002


1. De zakelijkheid van een redeneermachine en de redelijke mens

1.1 Zakelijk redeneren en redetwisten

Argument‘wat verhelderend werkt’, ‘verduidelijking’

Argumentatie 
het aanvoeren van redenen voor of tegen een bepaalde bewering en wel zo dat voor de toehoorder of lezer duidelijk of inzichtelijk wordt, waarom de spreker of schrijver meent dat deze bewering instemming of afkeuring verdient.

Een argumentatie bestaat uit twee delen:
  1. premissen, oftewel redenen (P)
  2. Conclusie(C)
De samenhang tussen deze twee wordt weergegeven door het teken “|-”

Argumentatieleer
Ontwikkelt regels die een zakelijke manier van redeneren en redetwisten bevorderen.
(de aanvaardbaarheid van gegeven argumentaties, waarbij de logica en daarmee kennis van redeneervormen behulpzaam zijn)
Logica – argumentatieleer Eisen aan de redelijke mens
De redelijke mens: Descriptieve uitspraken
Een descriptieve uitspraak is pas waar al bewezen is dat ze waar is. Het bewijs zelf kan op redelijkheid getoetst worden.

Redeneermachine Iets of iemand die strikt zakelijk en logisch redeneert.

Zakelijk redeneren en redetwisten
Mensen redeneren of redetwisten op zakelijke wijze wanneer ze zich niet laten leiden door persoonlijk e voorkeuren, gevoelens of belangen’ wanneer ze redenen laten gelden zonder aanziens des persoons; wanneer de argumenten betrekking hebben op de zaak waarover men het heeft.

Algemeen geldige regels
Zakelijk redeneren en redetwisten is slechts mogelijk als er algemeen geldende regels zijn die bepalen wanneer van een zakelijke argumentatie of discussie sprake is.

Aanvaardbaarheid
Bij aanvaardbaarheid gaat het om de opbouw van een argumentatie volgens regels die door de direct betrokkenen al of niet stilzwijgend, al of niet bewust gebruikt worden. Regels die alleen gelden voor degenen die ze daadwerkelijk toepassen. Aanvaardbaarheid is het feit dat iemand instemt met een uitspraak of argumentatie van een ander.

Geldigheid
Heeft de aanvaardbaarheid betrekking op de logische structuur van een argumentatie als geheel, dat wil zegen op meerdere uitspraken die tezamen een gevolgtrekking vormen, dan spreken we van geldigheid. Bij geldigheid gaat het om regels die een algemene norm voorschrijven aan alle redeneringen.

Redenering
Geldigheid is een eigenschap van een redenering. Een redenering bestaat uit meerdere uitspraken of zinnen. Geldigheid is geen eigenschap van die zinnen, maar alleen van het (logische) verband tussen die zinnen. Een redenering is geldig wanneer ze voldoet aan de regels die de logica opstelt.

Grondregels voor zakelijk redeneren en redetwisten
  1. Wie instemt met de premissen, moet de conclusie aanvaarden.
  2. Het is verboden om de vrijheid van andere deelnemers aan het debat te belemmeren, dan wel niet ter zake doende argumenten naar voren te brengen.
Uitspraken Een relativistisch standpunt is weg de regels opsporen volgens welke mensen daadwerkelijk redeneren Moeilijkheid van het relativistisch standpunt
het kan niet weerlegd worden. Wie zo argumenteert, kan immers elke tegenargument niet aanvaardbaar vinden. Tegenargumenten: Argumenten tegen het standpunt dat geldigheid vooropstelt

1.2 Een ontwerp voor een redeneermachine

Opbouw van een redenering
Reconstructie van een argumentatie
Het plaatsen van uitspraken in een argumentatieschema, met behulp waarvan men argumentaties in een tekst kan ontdekken.
Constructie van een argumentatie
Gebruiken van een argumentatieschema om zelf een argumentatie op te bouwen.

Woorden die een logisch verband aangeven:
Toulmin-analyse
Argument
———————>
Conclusie
^
|
^
|
|
Rechtvaardiging
^————
Amendering: voorbehoud,concessie
|
|
^
|
Ondersteuning
Ondersteuning
Ondersteuning
Stapsgewijze/trapsgewijze/onderschikkende argumentatie: keten van argumentaties

Hoofdstuk2:  Vormen van redeneren

Het logische verband tussen uitspraken in een argumentatie.

2.1 Formalisering van redeneringen

Onder de vorm van menselijk taalgebruik (bijv. redeneervorm) vallen: Men kan argumentatieleer – en al helemaal de logica – beschouwen als een poging om taaluitingen los te maken van de persoon van wie ze afkomstig zijn. Om dit te bereiken let men eerst op de formele aspecten van het taalgebruik: de algemene regels en kenmerken. De inhoud van uitspraken zijn dan willekeurig en vervangbaar (hier hoort argumentatieleer thuis).

Deugdelijk argumenteren (=zakelijke argumenteren) = argumenteren in de functie van het zo goed mogelijk onderbouwen van argumenten. Ţ meest pure vorm ziet er uit als redeneermachine

Logische elementen en operaties
Doel van formaliseren van redeneringen: toetsen of ze in logisch opzicht geldig zijn.

Symbolen:
p          = antecendus
q          = consequens
¬          = niet
ν           = of
→         = dan
←         = een noodzakelijke van/op waarvan
↔         = onder voorwaarde dat
Omgekeerde A = Alle Hier gebruik ik hiervoor Ā
F(x)      = voorwaarde x
Ǝ          = (minstens) een
x          = leden van de verzameling
ᅡ           = dus
r           = voorwaarden

Voorbeelden staan op blz. 44, 45

Voorbeelden van items : Leeftijd, geslacht, beroep, inkomen, geloofsovertuiging, consumptieve voorkeur, enz.

‘Modus Ponens’ : p → q, p ᅡ q  (stellenderwijs)

Verzameling, inductie en deductie
Inductie            = uit één of meer bijzondere feiten een algemene uitspraak afleiden
Deductie           = uit een algemene uitspraak een bijzonder feit afleiden.

Ā heet universele quantor
Ǝ heet existentiële quantor, deze staat voor (minstens) een, de toevoeging minstens is belangrijk, Ǝx is ook van toepassing indien alle elementen van de verzameling eenzelfde eigenschap hebben.

Formele taal inductie en deductie:
Inductie            : Ǝx[F(x)]ᅡĀx[F(X)]
Deductie1         : Āx[F(x)]ᅡƎx[F(x)]
Deductie2         : Āx¬[F(x)]ᅡ¬ᅡƎx[F(x)]

Problemen bij inductie en deductie:
Drogredenen met generalisatie, gemiddelden, normen en  aggregaties
Drogredenen met generalisatie (bijv. inductieve drogredenen): de meeste generalisaties zijn overhaast
Generalisatie dient gemak: we reduceren een complexe, veelvormige werkelijkheid tot één stereotype.

Aggregaties:  gegevens de leden van een groep omzetten in eigenschappen van de groep als geheel.
Uit geaggregeerde cijfers mag je geen conclusies trekken over de leden van die groepen, wanneer je dit wel doet bega je een drogreden.

Normaal, meerdere betekenissen: Ecologische drogreden: de eigenschappen van de aggregatie mogen worden toegekend aan individuele leden van die aggregatie.

Met een norm beoordelen we feiten: in welke mate voldoen deze feiten aan de norm die we daaraan stellen.

Vaak worden normen mede afgeleid uit feiten. Oftewel, wat normaal wordt geacht, wordt afgeleid uit een gemiddelde. Men begaat dan de drogreden van de verwarring van feit en norm, gemiddeld en normaal. Feiten kunnen geen argument zijn voor het bewijzen van de norm.
Het omgekeerde verwarring komt ook voor: men past de feiten aan de norm aan, of men loochent feiten die niet met de norm overeenstemmen.

2.2 Soorten van redenering

2.2.1. Implicatie en voorwaardelijk redeneren
Implicatie: als-dan-redenering

Materiële implicatie: p → q
p noemen we antecendens of voorzin
q noemen we consequens of nazin
Men zegt dat de voorzin een voldoende voorwaarde is voor de nazin, andersom zegt met dat de nazin een noodzakelijke voorwaarde is voor de voorzin.
Drie vormen van implicatie:
  1. p → q (materiële implicatie)
  2. p ← q (omgekeerde implicatie)
  3. p ↔ q (dubbele implicatie)
Redeneren met een implicatie als premisse
Modus Ponens: p → q, p ᅡq
Modus Tollens: p → q, ¬p ᅡ ¬p
Modus Tollens betekent letterlijk (verwerpenderwijs)
Ook bij de Modus Ponens en Modus Tollend kan sprake zijn van een dubbele implicatie. Hier zijn dus ook weer meerdere varianten mogelijk.

De betekenissen van de implicatie
In de argumentatieleer zijn we vooral geďnteresseerd in de redeneringen die praktisch bruikbaar zijn en die aansluiten bij ons gevoel voor wat wel of niet uit iets anders volgt.
Eis die we stellen aan de implicatie: antecedens en consequens moeten beide waar zijn  en moeten iets met elkaar te maken hebben. Wel goed bedenken dat een redenering een verband tussen zinnen legt en geen uitspraken doet over de werkelijkheid.
We moeten daarom onderscheid maken tussen de implicatie als rechtvaardiging in een redenering (waarbij de waarheid ervan verondersteld is) en de implicatie als conclusie van de een ondersteuning (waarbij de waarheid ervan bewezen of aannemelijk gemaakt wordt.

Classifactorische implicatie:De implicatie volgt uit de rechtvaardiging. Vb. Als je een Nederlands paspoort hebt dan mag je vrij reizen in de landen van de Europese Gemeenschap.
Causale implicatie: wetmatigheden of algemene regels, die voor een verzameling van gevallen aangeven: als dit gebeurt, dan gebeurt er (daarna) dat.
Verschil causale implicatie en classifactorische implicatie:
Bij causale implicatie is het verband tussen p en q niet alleen logisch, maar ook chronologisch: q is niet alleen het gevolg van p, maar komt in tijd ook na p.

Voorwaardelijke besluitvorming
De als-dan-redenering, een redenering met een implicatie als premisse, ligt ten grondslag aan voorwaardelijke argumentatie. De rechtvaardiging ‘p → q’ kan immers worden gelezen als: ‘p is een noodzakelijke van q’. En ten slotte kan de rechtvaardiging ‘p ↔ q’ gelezen worden als: ‘p is een voldoende en noodzakelijke voorwaarde van q’.

In de bestuurspraktijk vinden we twee belangrijke toepassingen van het redeneren met een implicatie:
  1. causale beleidsmodel: veronderstelling van effectiviteit of doelrationaliteit van beleid (als je p wilt doen, dan moet je q doen)
  2. principebesluiten: voorwaardelijkheid van beslissingen (als p niet lukt, dan doen we q ook niet)
Men besluit een bepaalde maatregel te nemen mits aan een aantal voorwaarden is voldaan (amendering)
Principebesluiten zien er als volgt uit:
p → q en r ← q, oftewel r (het geheel van voorwaarden) is een noodzakelijke voorwaarde van q. We kunnen dit ook schrijven als ¬r→¬q.

pidgin logic: er wordt met logica gewerkt, maar in een dialect waarin duidelijk ook sporen van niet-logische denkwijzen hoorbaar zijn. De uiteindelijke redenering lijkt logisch te zijn.
Drogredenen rond causaliteit
Verwarring van correlatie en causaal verband
De orde in de wereld om ons heen is niet alleen causaal van aard. Er bestaan veel regelmatigheden die géén wetmatigheden zijn. Van een causale relatie kunnen we alleen spreken, als het ene ook daadwerkelijk de oorzaak is van het andere. Een causale relatie in sterke zin (uitgedrukt in de dubbele implicatie p ↔ q) is bovendien slechts dan aanwezig als alleen déze oorzaak dŕt gevolg heeft.
Het verwarren van correlatie en causaal verband noemen we een drogreden, dus als voorgaande niet strikt wordt opgevolgd.

Verwarring van chronologie en causaliteit


De chronologie laat geen conclusies toe over causaliteit. Als iets gebeurt na dat iets of iemand verandert is, dan kun je nog niet direct zeggen dat dit de oorzaak van de verandering is. Doe je dit wel dan is er sprake van de drogreden ‘post hoc ergo propter hoc’ (letterlijk B na A, dus B door A).
Hellend vlak
Een causaal kan ook gebruikt worden om iets heel anders te bewijzen. Dat is het geval met een argument dat hellend vlak wordt genoemd: een redenering die zegt dat kwaad altijd leidt tot erger.
De drogreden van het hellend vlak komen we vaak tegen als het gaat om gevaarlijke zaken.
De verkeerde tegenstelling
In sommige gevallen mogen we uit de ontkenning van een uitspraak een andere uitspraak afleiden. Dit wordt ook wel contradictiore tegenstelling genoemd: beide uitspraken spreken elkaar tegen en er zijn geen alternatieven. Uit het ontbreken van een eigenschap kunnen we afleiden dat die zaak een andere eigenschap heeft.
We spreken van een contraire tegenstelling als we uit het feit dat iets x is, kunnen afleiden dat iets anders dan y is.
De drogreden van verkeerde tegenstelling bestaat in het verwarren van de tegenstellingen en vooral: een contraire tegenstelling verwarren met een contradictiore tegenstelling.

2.2.2 Syllogisme, deductie en procedurele redenering
Syllogisme
Het syllogisme (sluitreden) wat is besproken is een deductie: een afleiding van een bijzonder geval uit een algemene regel.
Vb. Alle mensen zijn sterfelijk. Sokrates is mens. Dus: Sokrates is sterfelijk.
Alle A’s zijn B’s. X is een A. Dus: X is een B.
Opvallende kenmerken syllogisme: Voorwaarden van dit syllogisme: met meer of minder dan 3 zaken is een sluitende redenering van deze soort niet mogelijk.
De syllogistische logica wordt ook wel classificatorische logica genoemd.
In vb is eerste zin, Maior, een generalisatie (alle leden van een bepaalde klasse hebben eenzelfde eigenschap gemeen)
De tweede uitspraak, Minor, geeft een bijzonder geval aan.
De conclusie bevat het nieuwe gegeven.
De volgorde waarin zaken staan, is van wezenlijk belang!!!

Procedurele redeneringen
Een ieder die een algemene regel toepast op een bijzonder geval, gebruikt een procedurele argumentatie.
Een regel verbindt voor de leden van een welomschreven klasse een bepaald gevolg aan het voldoen aan een bepaalde voorwaarde.

Onvolledige redeneringen (= een redenering die niet volledig is) worden veelal in ambtelijke stukken teruggevonden.
De vorm van procedurele redeneringen:
Rechtvaardiging:
Argument 1:
Argument 2:
Dus: Conclusie

Het toepassen van de procedurele redenering kent wel een probleem: Hoe geldig een redenering ook is de argumentatie is altijd aanvechtbaar.

2.2.3. Voors en tegens: Evualitieve redeneringen

Bevat een redenering een afweging tussen meerdere alternatieven, oftewel bestaat de redenering uit een beargumenteerde keuze voor één alternatief uit meerdere, dan spreken van evaluatieve argumentatie.
Door een schema te maken met de voors en tegens kan een aantal keuzen afvallen en worden de keuzemogelijkheden beperkt.
Het trechtermodel: Eerst worden de maatstaven vastgesteld en dan de rangorde van de maatstaven. Vervolgens wordt per maatstaf het instrument beoordeeld.
Het ad hoc-model: eerst worden alle alternatieven getoetst aan de dan aanwezige maatstaven. Levert dat geen duidelijk resultaat op dan voert men nieuwe maatstaven in of beslist men dat het voldoen aan een bepaalde maatstaf doorslaggevend is.

Hoofdstuk 1.3- Redetwisten

3.1 Redetwisten tussen zakelijkheid en strategisch voordeel.

Redetwisten is een strijd uitvechten door het uitwisselen van argumenten. De argumentatieleer biedt regels aan, maar er is meer nodig omdat er meerdere deelnemers zijn aan een debat.

Het doel van een debat.
Behalve het ‘krijgen van gelijk’ kan een debat ook andere doeleinden dienen.
De opbouw van een debat.
Een debat gaat over een standpunt (bewering of stelling) dat helder omschreven is. Een beleidsvoorstel draait altijd rond een normatief standpunt omdat de voorgestelde verbetering waardering en dus normen vereist.
De partijen in een debat en de punten die ze naar voren kunnen brengen:
Protagonist: er is een probleem dat in de huidige situatie niet opgelost zal worden. Het bestaande beleid is niet afdoende om het probleem op te lossen, maar het voorgestelde beleid is dat wel. Er zijn geen alternatieve oplossingen.
Uiteindelijk geeft de protagonist het eindoordeel op basis van voor- en nadelen die gebaseerd zijn op het normatieve standpunt.
Antagonist: er is geen probleem. Of het probleem vereist geen nieuw beleid, omdat het bestaande beleid afdoende is, of het probleem lost zichzelf op, of de overheid mag zich er niet met bemoeien. Het voorstel kan ook niet doeltreffend/ uitvoerbaar zijn, of de nadelen zijn groter dan de voordelen. Tenslotte is kritiek op de basis mogelijk: op de beginselen of de uitgangspunten.

Omgaan met meningsverschillen.
Mensen...


[ Log in of registreer gratis om dit hele document te bekijken ]





Reacties
[post reply]

Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



Laatst bekeken...
02:50  De hond in het lege huis van Koolhaas, ...
02:50  SPW : Begeleiden 309
02:49  Developmental psychopathology : from in...
02:49  De klucht van de koe van Bredero, G.A.
02:48  De kroongetuige van Hart, Maarten 't
02:48  De tweeling : roman van Loo, Tessa de
02:47  Porter, Woodward, Perrow, Thompson en M...
02:45  Interne geneeskunde van Meer, C. van der
02:45  Van de koele meren des doods van Eeden,...
09:52  Methoden en technieken van Baarda, D.B....
09:52  Persuasion : theory and research ; Curr...
09:52  Management van Daft, Richard L.
09:52  Bouwkunde : voor het hoger technisch on...
09:51  Organisatiestructuren van Mintzberg, Henry
23:28  Interne geneeskunde van Meer, C. van der