Adverteren via Roadside
LoginnaamWachtwoord
De bijenkorf
Geplaatst op Zaterdag 04 augustus 2001


De Opdracht

Doel opgave

Leren omgaan met een bestaand gebouw waarbij het programma zo is opgesteld dat er een constante wrijving is tussen bestaand en nieuw op bouwfysisch, bouwtechnisch en constructief gebied.

Het project

Het huidige Bijenkorfgebouw, waarvan de façade in 1967 ontworpen is door Gio Ponti, vormt het studieobject van dit trimester.
Het gebouw is opgevat als een naar binnen gekeerde wereld vol verleidelijke consumptie artikelen; de façade is door de textuur, de openingen en de lichtobjecten meer dan een simpele omhulling: het is een spektakel om te zien, een geschenk aan de stad, het speelt een spel met zonlicht en ’s nachts licht het op; het gebouw heeft zo zonder grote reclameborden toch zijn identiteit.
De Bijenkorf straalt zoiets mystieks uit, een waardevolle juwelenkist waar exclusieve, begerenswaardige dingen uitgestald zijn. Het gebouw verleidt en de bezoeker speelt dit spel mee.
De bovenste verdieping staat al sinds 1967 te wachten op een eventuele uitbreiding. De doos zou trouwens veel te laag zijn geweest als er 5 meter van de façade in hoogte af zou zijn gegaan.
Binnen deze exclusiviteit zou het plan om de meest bedreigde of bijzonder diersoorten, in de Bijenkorf op te nemen ( de Bijenkorf als ark) een voorstelbare zet kunnen zijn.
Uitgangspunt hierbij is een prijsvraag uit 1985 uitgeschreven door de RIBA en opgesteld door Aldo van Eijck om een “last resort” voor bedreigde diersoorten te ontwerpen.




^ de Bijenkorf


Net als musea tegenwoordig steeds meer geïntegreerd willen zijn in het dagelijkse leven ( zie in Bijenkorf de “Holland Art Gallerie”) zo zou de “ark” verweven kunnen zijn met de consumptieve functie van de Bijenkorf; goodwill kweken kan geen kwaad voor het imago.
De vermenging van 2 functies zou vanaf het dak door alle verdiepingen heen kunnen lopen met minimaal 1 gevel als raakvlak of doorbreking en zou bijvoorbeeld op de begane grond een etalage in beslag kunnen nemen. Deze complexe vermenging levert op constructief, bouwfysisch en bouwtechnisch niveau de nodige problemen en uitdagingen op.
Om in het gebouw in te grijpen zal eerst duidelijk moeten zijn wat de kwaliteiten van het gebouw en de bedoelingen van de architect zijn geweest.
Daarnaast zullen de bouwkundige eigenschappen en mogelijkheden moeten worden onderzocht.
Er zal, uitgaande van de nieuwe functie en van de vermenging, een sterk concept moeten worden bedacht dat basis is voor een goede bouwfysisch/bouwtechnisch en constructieve uitwerking.

Opgave

Aan de hand van de kwaliteiten en mogelijkheden van een bestaand gebouw, de Bijenkorf te Eindhoven, dient er een ontwerp gemaakt te worden voor een “implantatie” van een ark van “kostbare” diersoorten. De vermenging van exclusieve consumptie en exclusieve diersoorten is bij de opgave essentieel.
Het nu nog lege dakvlak achter de schil mag gebruikt worden, er mag zelfs boven de schil uit worden gebouwd, terwijl de ark door iedere laag (t/m de kelderverdieping) heen wordt geboord. Aan minimaal 1 gevel is iets van de ark zichtbaar. Ga wel uit van de bestaande kwaliteiten en wetmatigheden van het bestaande gebouw. Zelfs de Piazza mag voor een klein deel worden betrokken in het plan.
Behalve het zien van de dieren krijgt het winkelend publiek ook nog de mogelijkheid tot informeren over de species (inforuimte), er is een onderzoeker die de dieren 24 uur per dag observeert en er is een ark “shop” en een ark café en “foto”shop (met levende koala).
De dieren zullen een aangepast klimaat moeten krijgen. Er is gekozen voor een Australische biotoop met een subtropisch klimaat.

Programma van Eisen voor “normaal” binnenklimaat



Balie 20 m2
Info/tentoonstellingsruimte 80 m2
Verkoop 40 m2
Toiletten 10 m2
Café 80 m2
Observatiepost 40 m2
Onderzoekersverblijf 40 m2
Bergruimte/ voedsel/ pantry 40 m2
Afvalruimte 40 m2
Installaties 100 m2
Looproute/ rustplekken/ trappen/ hellingbanen …. m2
Nachtverblijven ± 150 m2
Fotoshop 25 m2
Etalage 30 m2


Denk om aan/ afvoerroute en om routing.
Van het huidige winkeloppervlak kun je niet veel afsnoepen.


Programma van Eisen voor de geklimatiseerde ruimten

Dierenverblijven 3000 m2 gem. 5m hoog
Temperatuur 25º - 30º
Luchtvochtigheid tot 100%
Waterbassin 80 m2
Vegetatie ( bomen, struiken, planten)
“Bewoners”: inheemse vogels, vlinders, reptielen

Opbouw

Eerst zal er een studie naar de kwaliteiten van het gebouw moeten worden gemaakt en zullen op constructief, bouwtechnisch en bouwfysisch gebied kwaliteiten, in een deelonderzoek, onderzocht moeten worden. Er wordt per groepje waarom maquette(1:100) gemaakt waarin de structuur at te lezen is en getoond.
Het programma van eisen wordt uitgelegd over het gebouw en levert een aantal aanzetten voor een concept; dit leidt tot een 2e deelonderzoek op de drie gebieden.
Hieruit volgt het schetsontwerp dat in week 3 en 4 wordt uitgewerkt en aangescherpt.


Australië

Het klimaat





1) Hot Humid Zone

The southern winter really is the most comfortable time of year to be in this
part of the world. Days are very warm and sunny; nights are warm, too. In the
Darwin winter, rain falls on only one day a month on average. Summer is sultry -
hot and humid with rain and thunderstorms. Spring and autumn are also hot and
rather humid. The "build-up" to the monsoon season (November) is the least
comfortable time of year; temperatures are generally at their highest and
humidity is also high, without the benefit of cooling rainfall. Local folklore
has it that November is the season for "mango madness" - strange behaviour
triggered by climatic stress. Those planning to go snorkelling or scuba-diving
on the Great Barrier Reef will be interested in average sea surface temperatures
around the Australian region. For example, the water temperature off Cairns is
28.1 deg C in summer (January) and 22.6 deg C in winter (July).
2) Warm humid zone

This climate zone is best visited in winter, autumn or spring. Summer is very
humid and very warm. Winter, with mostly fine days, is warm in the northern part
of the zone and mild in the southern part. It is the most comfortable season in
the northern part of the zone. In any part of the zone, winter is recommended
for those planning a physically active holiday. Winter also has the fewest rainy
days. Brisbane, with an average of 24 dry days in July, has this type of
climate.

3) Hot Dry Zone with warm winter

The best time to visit is in the southern winter, when warm days with endless
sunshine are guaranteed (well, almost!) and a rainy day is unlikely. For
example, in Longreach, in July , the mean daily maximum temperature averages
about 23 deg C, with more than 9 hours of sunshine each day. 29 dry days are
usual in July, with mostly light falls on the other two days. Heat stress and
dehydration can be problems in the hotter months - if you really need to do
something active in summer, around dawn is the best (coolest) time of day.
Longreach January minimum temperature averages 23.1 deg C and the daily maximum
temperature usually reaches around 37 degrees C.

4) Hot Dry Zone (with cooler winter)

As for the other HOT DRY ZONE, places with this climate are best visited in
winter, when warm, dry, sunny days are the norm. Winter nights can be very cold,
especially noticeable if you are camping. (See Ayers Rock/Uluru climate
information, for example). Autumn and spring are acceptable in the southern or
higher parts of this zone. Wildflowers bloom in spring, if rain has fallen. As
in the other hot dry zone, heat stress and dehydration can be problems in the
hotter months, with dawn the best time for activity. The rising currents of hot
air (thermals) needed for gliding occur more reliably in hot dry climates. The
intense sunshine heats the dry land surface; the hot land surface then heats the
adjacent air, which rises.

5) Temperate Zone (warm summer, cool winter)

As the name implies, most people find this climate acceptable at any time of
year. Autumn and spring are the most comfortable seasons in most parts, with
summer the best time on the south coast of the continent. The weather is more
changeable than in the tropics; cool cloudy days alternate with warmth and
sunshine. Rain falls occasionally but doesn’t usually last very long. Melbourne
is an example of this climatic type.

6) Cool Temperate Zone (Mild to warm summer, cold winter)

This zone is usually very pleasant in summer, although summer snow can fall in
much of the region. Midsummer is the time to see wildflowers in the high
country. Above the treeline, the summer sunshine is intense; some people may
prefer to schedule walking and cycling trips for autumn. The higher mountains
are usually suitable for skiing in winter and early spring, however snowfall
varies greatly from year to year. Weather in the mountains is very changeable at
any time of year. Low cloud rolling in over the snowfields may create a
"white-out", where the horizon vanishes, making navigation difficult. Thredbo is
an example of this type of climate.

Bedreigde diersoorten


Koala
Wetenschappelijke naam : Phascolarctos cinereus
Engelse naam : Koala
Herkomst : Australië
Voedsel : Bladeren van een klein aantal eucalyptussoorten
Leeftijd : tot 13 jaar.
Grootte : tot 85 cm.
Gewicht : tot 12 kilo.


De koala is een zeer bekend buideldier. Van alle buideldieren heeft de koala zich het meest gespecialiseerd. Hij eet bijna niets anders dan eucalyptusbladeren. Hij lust alleen maar 6 soorten van de 350 soorten die er bestaan. In de jonge eucalyptusbladeren zit teveel blauwzuur en daarom eet hij alleen de oude bladeren. De koala drinkt nooit aan het vocht in de eucalyptusbladeren heeft hij genoeg. In de taal van de Aboriginals betekent het woord koala dan ook : geen water.Er zijn 3 soorten koala's namelijk: de Queensland koala, de New South Wales koala en de Victoria koala. De koala slaapt soms wel 18 uur per dag en eet de rest van de dag. Koala's kunnen goed en lang zwemmen. De voornaamste vijand van de koala is de dingo, daarnaast vormen ook de bosbranden een groot gevaar.Als je meer wilt lezen over de koala kijk dan op: · Animal Diversity Web · Lincoln Zoo · Friends of the Koalas · Locations of Koala · The Australian Koala Page





Vogelbekdier
Wetenschappelijke naam : Ornithorhynchus anatinus
Engelse naam : Platypus
Herkomst : Oosten van Australië
Voedsel : Insektelarven, wormen, schaaldieren.
Leeftijd : tot 17 jaar.
Grootte : 60-82 cm.
Gewicht : 1-2,5 Kilo.


Dit is zeker het meest vreemde dier op aarde om te zien. Het vogelbekdier is overigens ook het enige zoogdier dat giftig is. Vogelbekdieren zijn snaveldieren en leggen dus eieren. Het vrouwtje graaft een broedhol, waarin ze haar eieren legt en haar jongen grootbrengt. Als je meer wilt weten over het vogelbekdier kijk dan op: · Platypus · Wildlife of Tasmania





Kiwi's (Apterygiformes)
Er zijn tot nu toe vier soorten Kiwi's bekend. Een van deze soorten heeft echter nog geen officiële naam. Alle soorten zijn zo groot als een kip, kunnen niet vliegen en leven in Nieuw Zeeland. tekst: T.J.A. Faasen Soorten:Grote Grijze KiwiKleine Grijze KiwiBruine Kiwi



Bruine Kiwi
Wetenschappelijke naam Apteryx australis
Engelse naam Brown Kiwi
Verspreiding Nieuw Zeeland
Voedsel Ongewervelden
Leeftijd Ca. 5 jaar.
Grootte 50 cm
Gewicht 50-60 gram.
Geluid (25 K)


Beschrijving van Bruine Kiwi. Op het plaatje is een kiwi met een ei te zien. Het ei van de kiwi is relatief het grootste van alle vogels, een kwart (!) van het eigen lichaamsgewicht. Na de bevalling van dit reuzenei houdt het vrouwtje de voortplanting even voor gezien, het mannetje broedt het ei uit. De vogel op het plaatje is dan ook zeer waarschijnlijk een mannetje. De kiwi heeft een nachtelijke levenswijze en zoekt met zijn lange snavel in de bodem naar wormen, insecten en andere ongewervelden. Hij vervult de rol die de egel in onze streken vervult. Op Nieuw Zeeland kwamen van nature geen zoogdieren voor, zodat deze rol (niche) door een vogel vervuld kon worden. Omdat ze onderling ook nogal eens schijnen te vechten zijn ze weerbaar genoeg om zich te handhaven ondanks de door de mens ingevoerde roofdieren (katten, hermelijnen). Ze schijnen rake trappen uit te kunnen delen.Uit het geluid blijkt nog dat de kiwi zijn eigen naam roept. De kiwi is het symbool van Nieuw Zeeland, de mensen en de bekende vrucht zijn naar hem vernoemd.





Kangoeroes
Er zijn in totaal 42 soorten kangoeroes, wallabies en boomkangeroes. De kangoeroe is waarschijnlijk het meest bekende buideldier en wordt bijna automatisch met Australië verbonden. De kangoeroe draagt het jong half in en half buiten de buidel, zodat de kop er net uit steekt. De kangoeroe is ook gekenmerkt door zijn typische springende manier van voortbewegen.Als je meer wilt lezen over kangoeroes, kijk dan op : Animal Diversity Web Soorten:Grijze reuzenkangoeroeRode reuzenkangoeroeBennetboomkangoeroeGoodfellowboomkangoeroeMatschieboomkangoeroeGeelvoetkangoeroeBennetwallabieMoeraswallabieTammarwallabie RoodbuikpademelonRoodhalspademelonWallaroeQuokka






Grijze reuzenkangoeroe
Wetenschappelijke naam : Macropus giganteus
Engelse naam : Eastern grey kangaroo
Herkomst : Oost-Australië
Voedsel : Gras en bladeren.
Leeftijd : ?
Grootte : 200 cm. staart 100 cm.
Gewicht : 90 kilo.


De grijze reuzenkangoeroe is een van de meest bekende kangoeroes. Ze eten voornamelijk 's nachts en rusten overdag. Het zijn zeer snelle lopers, ze kunnen snelheden tot 85 kilometer per uur halen. Ze maken sprongen van 9 meter en meer en kunnen hoogten van 3 meter bereiken. De grijze reuzenkangoeroe leeft voornamelijk in open bos.



Rode reuzenkangoeroe
Wetenschappelijke naam : Macropus rufus
Engelse naam : Red kangaroo
Herkomst : Australië
Voedsel : Gras en bladeren.
Leeftijd : ?
Grootte : 200 cm. staart 100 cm.
Gewicht : 90 kilo.


De rode reuzenkangoeroe is wat omvang betreft ongeveer hetzelfde als de grijze reuzenkangoeroe. Bij de mannetjes is de vacht echter rood in plaats van grijs. De rode kangoeroe eet voornamelijk gras. Hij leeft dan ook voornamelijk op open vlakten. Ze leven meestal in kudden of groepen van ongeveer tien dieren.



Bennetboomkangoeroe
Wetenschappelijke naam : Dendrolagus bennettianus
Engelse naam : Bennet's tree kangaroo
Herkomst : Australië
Voedsel : Bladeren en lianen.
Leeftijd : ?
Grootte : 50-75 cm. staart 40-85 cm.
Gewicht : ?


De bennetboomkangoeroe leeft, zoals zijn naam al doet vermoeden, hoofdzakelijk in de bomen. Wetenschappers denken dat de voorouders van alle kangoeroesoorten in de bomen hebben geleefd. De voor- en achterpoten van de boomkangoeroes zijn, in tegenstelling tot de gewone kangoeroes, ongeveer even lang. Er zijn in totaal zeven soorten boomkangoeroes.



Buideldassen
Buideldassen behoren net als de kangoeroes tot de buideldieren. Ze zien er uit als ratten met lange spitse snuiten. De vacht van de buideldassen bestaat uit twee soorten haren. Namelijk de buitenste vacht die uit lange stijve haren bestaat en de binnenste vacht die uit zachte wollige haren bestaat. Het zijn nuttig dieren, omdat ze schadelijke keverlarven en insecten eten. Er zijn in het totaal zo'n 19 soorten buideldassen. Soorten:SpitsneusbuideldasKortneusbuideldasVarkenspootbuideldasLangoorbuideldas



Spitsneusbuideldas
Wetenschappelijke naam : Perameles nasuta
Engelse naam : Long nosed bandicoot
Herkomst : Australië, Tasmanië
Voedsel : Fruit, zaden, wormen, insecten, larven.
Leeftijd : ?
Grootte : ?
Gewicht : ?


De spitsneusbuideldas dankt zijn naam aan het feit dat zijn neus langer is dan de meeste buideldassoorten. Buideldassen zijn voornamelijk nachtdieren. Overdag trekken ze zich hoofdzakelijk terug in hun nesten van bladeren en takken.


Kortneusbuideldas
Wetenschappelijke naam : Isoodon obselus
Engelse naam : Short nosed bandicoot
Herkomst : Australië, Tasmanië
Voedsel : Fruit, zaden, wormen, insecten, larven.
Leeftijd : ?
Grootte : ?
Gewicht : 1,1-1,4 kilo.


De kortneusbuideldas, dankt zijn naam aan het feit dat zijn neus korter is dan de andere soorten buideldassen. Ze hebben de vreemde eigenschap om hun voedsel met de voorpoten eerst te verpletteren voor ze het opeten. Hun favoriete voedsel is wormen en insecten. Het is een zeldzaam dier dat met uitsterven wordt bedreigd.


Varkenspootbuideldas
Wetenschappelijke naam : Chaeropus ecaudatus
Engelse naam : Pig-footed bandicoot
Herkomst : Australië
Voedsel : Gras, wortels, insecten, larven.
Leeftijd : ?
Grootte : 23-26 cm. Staart 10-15 cm.
Gewicht : 1,9-2,1 kilo.


De wetenschappelijke naam van de varkenspootbuideldas betekend staartloos, maar het dier heeft wel degelijk een staart. Het eerste exemplaar dat echter ooit gevonden werd van dit soort had geen staart meer, vandaar de naam. De Nederlandse en Engelse naam is gegeven vanwege de vergroeiing van de tenen. Er is hierdoor een poot ontstaan die op de hoef van een varken lijkt.


Langoorbuideldas
Wetenschappelijke naam : Macrotis lagotis
Engelse naam : Greater bilby
Herkomst : Australië, Tasmanië
Voedsel : Termieten, insecten, larven.
Leeftijd : ?
Grootte : 30-45 cm.
Gewicht : 1-2 kilo.


De langoorbuideldas is een zeer bijzonder dier om te zien. Hij dankt zijn naam uiteraard aan de enorm lange oren. De langoorbuideldas wordt ook wel bilbie genoemd. Ze graven holen die soms wel 1-2 meter lang kunnen zijn en 60 cm. onder de grond liggen. De langoorbuideldas kan slecht tegen de zon. Als hij gedurende 10 minuten aan een temperatuur van 37 graden Celcius wordt blootgesteld is hij volkomen uitgeput.





Buidelmarters
Er zijn in totaal 5 soorten buidelmarters. Ze worden ook wel de inheemse katten van Australië genoemd. Ze zijn uiteindelijke geen familie van de katten en de marters, maar zijn een familie binnen de roofbuideldieren. Ze lijken qua uiterlijk nog het meeste op de civetkatten. Soorten:Gevlekte buidelmarterOost-Australische buidelmarterReuzenbuidelmarter






Gevlekte buidelmarter
Wetenschappelijke naam : Dasyurus quoll
Herkomst : Spotted Quoll
Herkomst : Australië Tasmanië
Voedsel : Insecten, slakken, hagedissen.
Leeftijd : ?
Grootte : ?
Gewicht : ?


De gevlekte buidelmarter wordt ook wel inheemse kat genoemd. Het zijn echte roofdieren die zelfs gevaarlijk kunnen zijn voor mensen als ze in het nauw gedreven worden. Het zijn zeer schuwe dieren.




Oost-Australische buidelmarter
Wetenschappelijke naam : Dasyurus viverrinus
Herkomst : Eastern Quoll
Herkomst : Oost-Australië, Tasmanië
Voedsel : Insecten, slakken, hagedissen.
Leeftijd : ?
Grootte : 32-45 cm. staart 20-28 cm.
Gewicht : 0,9-2 kilo.


De Oost-Australische buidelmarter komt voornamelijk voor in Oost-Australië, maar is ook op Tasmanië te vinden. Ze zijn ook te vinden in de buurt van de bewoonde wereld.


Reuzenbuidelmarter
Wetenschappelijke naam : Dasyurus macalatus
Herkomst : Spotted-tailed Quoll
Herkomst : Oost-Australië, Tasmanië
Voedsel : Kleine zoogdieren o.a. kleine wallabies, grote vogels.
Leeftijd : ?
Grootte : Tot 1 meter.
Gewicht : 4-7 kilo.


De reuzenbuidelmarter is een stuk...


[ Log in of registreer gratis om dit hele document te bekijken ]





Reacties
[post reply]

Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



Laatst bekeken...
02:29  Renaissance
02:29  The color purple : a novel van Walker, ...
02:29  Interne geneeskunde van Meer, C. van der
02:29  Moord in Toscane : een monnik als speur...
02:28  Het dolhuis van Buch, Boudewijn
02:27  Razend van Slee, Carry
02:27  Dode ogen van Teng, Tais
02:26  Het rookoffer : roman van Loo, Tessa de
02:25  De passievrucht van Glastra van Loon, K...
09:52  Methoden en technieken van Baarda, D.B....
09:52  Persuasion : theory and research ; Curr...
09:52  Management van Daft, Richard L.
09:52  Bouwkunde : voor het hoger technisch on...
09:51  Organisatiestructuren van Mintzberg, Henry
23:28  Interne geneeskunde van Meer, C. van der