H.12 HYPERTENSIE
Definitie
Hypertensie: > 160 mmHg systolisch of
> 95 mmHg diastolisch.
Hoog-normale bloeddruk: 140-160 mmHg systolisch of
90-95 mmHg diastolisch.
NB: 3 bloeddrukmetingen bij tenminste 3 afzonderlijke gelegenheden.
Regulatie van de bloeddruk
Hoogte bloeddruk afhankelijk van:
- hartminuutvolume
- perifere vaatweerstand
- compliance van wanden van aorta en afgaande grote arteriën
Secretie renine beïnvloed door:
- baroreceptoren in vas afferens die intrarenale bloeddruk meten.
- cellen van macula densa die hoeveelheid natrium in distale tubulus meten.
- adrenerge stimulatie van ß-receptoren op juxtaglomerulaire apparaat.
Effecten angiotensine II:
- directe vasoconstrictie.
- activeert adrenerge systeem.
- stimuleert afgifte van aldosteron.
Gevolgen van hypertensie
- ischemische hartziekte
- decompensatio cordis
- nefrosclerose
- cerebrovasculair accident
- aneurysma aortae
- perifeer arterieel vaatlijden
Klinische vormen van hypertensie
1. Primair hyperaldosteronisme (ziekte van Conn)
Onvermogen nieren om water en natrium uit te scheiden => toename extracellulair volume. Later neemt natriumuitscheiding weer toe => evenwichtssituatie, echter ten koste van hogere bloeddruk en hogere vaatweerstand. Tevens hypokaliëmie.
Belangrijkste oorzaak van deze ziekte is aldosteronproducerende adenoom of bilaterale hyperplasie van zona glomerulosa van bijnieren.
2. Syndroom van Cushing
Overproduktie van cortisol => verhoging vaatweerstand.
3. Feochromocytoom
Tumor die catecholaminen secerneert => vasoconstrictie, toename hartfrequentie, transpireren, orthostathische hypotensie, hyperglycemie. Afgifte verloopt vaak in episodes => niet altijd verhoogde bloeddruk.
4. Renovasculaire hypertensie
Eénzijdige of dubbelzijdige nierarteriestenose. 3 fasen:
a. Toename reninesecretie => angiotensine II => vasoconstrictie.
b. Naarmate afwijking langer bestaat accent meer op natriumretentie (via aldosteron) en verhoogde adrenerge activiteit => reninegehalte zal weer afnemen.
c. Dusdanige vaatveranderingen in niet-stenotische nier dat bloeddruk hoog blijft door functieveranderingen in deze nier.
5. Renale hypertensie
Hypertensie t.g.v. vergroot extracellulair en plasmavolume danwel via versterkte reninesecretie.
6. Coarctatio aortae
In bovenste lichaamshelft hypertensie, in onderste lichaamshelft bloeddruk normaal of licht verhoogd.
7. Zwangerschapshypertensie
8....![]()
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

