Het dolhuis
Buch, Boudewijn
Geplaatst op Donderdag 29 maart 2001
Inleiding
Wij maken ons boekverslag over het boek 'Het Dolhuis', dat geschreven is door Boudewijn Bch. De eerste druk vond plaats in 1987 en het boek is uitgegeven door Uitgeverij De Arbeiderspers. Het boek is in datzelfde jaar nog vier keer opnieuw gedrukt.
Samenvatting
In het boek lopen twee lijnen door elkaar; eerst komt een hoofdstuk waarin de hoofdpersoon, Winkler Brockhaus, nog een kleine jongen is; daarna komt een hoofdstuk waarin Winkler een volwassen man is. Dit blijft tot het einde van het boek zo. Wij maken deze samenvatting wel op chronologische wijze, wij beginnen bij Winklers jeugd.
Winkler Brockhaus groeit op in een Nederlands dorp aan zee, waar hij met zijn ouders en zijn drie broers, Brit, Laroux en Meyer, woont. Hij heeft een liefdevolle relatie met zijn vader, zij kunnen dan ook erg goed met elkaar opschieten. Winklers relatie met zijn moeder wordt niet echt duidelijk beschreven.
Op tienjarige leeftijd wordt Winkler in een jeugdpsychiatrische inrichting, 'Huize Kindervrede', geplaatst, omdat, zoals hem verteld wordt, hij te nerveus zou zijn. Op latere leeftijd zal Winkler pas duidelijk worden wat de echte oorzaak voor zijn plaatsing in de inrichting is.
Winkler verblijft ongeveer een jaar in deze inrichting, waar hij om het minste of geringste straf krijgt en zelf niks mag vragen, maar alleen bevelen opgedragen krijgt. De zusters die er werken zijn het eigenlijk niet waard om mensen genoemd te worden, z¢ slecht behandelen zij de 'pati‰ntjes' (de jongens in de inrichting werden allemaal met de de naam 'pati‰ntje' aangesproken).
Wanneer Winkler terugkomt uit 'Huize Kindervrede', is zijn relatie met zijn vader sterk veranderd. Winkler krijgt het idee, dat zijn vader hem probeert te ontlopen. Zijn vader is buitengewoon koel tegenover Winkler. Winkler heeft dus slechts tot zijn tiende jaar een redelijke jeugd; daarna valt de -belangrijke- band met zijn vader, en ook met enkele andere personen, weg en zit Winkler zelf ook minder lekker in zijn vel, zodat hij eigenlijk de rest van zijn verdere jeugd moet missen.
Wanneer Winkler volwassen is, schrijft hij als geograaf columns en reisverhalen voor tijdschriften en boeken. Hij moet voor zijn werk ook vaak op reis. Winkler is niet getrouwd, maar heeft regelmatig een vaste vriendin. Deze houdt het meestal echter niet langer dan een jaar met Winkler uit; Winkler is gesloten en veel op zichzelf en wordt daarom al vlug 'saai' gevonden.
Winkler heeft nare herinneringen overgehouden uit de tijd, dat hij in de inrichting zat en daar houdt hij zich -in zijn hoofd- veel mee bezig. Hij ziet steeds vaker beelden -flarden van herinneringen- in zijn hoofd voorbij flitsen. Hij heeft het hier zo moeilijk mee, dat hij zelfs een aantal zelfmoordpogingen doet. Winkler schrijft over zijn herinneringen een roman, maar die wordt, nadat hij deze aan zijn vriend Emile, die bij een uitgever werkt, heeft overhandigd, afgewezen. Winkler piekert ook vaak over het waarom, om welke reden hij in de inrichting is geplaatst.
Winkler wil dat zijn moeder dit aan hem uitlegt -zijn vader is inmiddels overleden- maar zij wil er niet over praten. Het is mevrouw Sprong -zij woonde vroeger bij Winklers gezin in huis- die het hem uitlegt. Winklers vader was verliefd op Winkler en om te voorkomen, dat dit zich nog verder zou uiten, moest Winkler, op voorwaarden van de politie, doktoren en zijn vader zelf, naar de inrichting. Winklers vader was echter z‚lf een gestoorde man: mevrouw Sprong, die dit alles aan Winkler vertelt, was vroeger de hospita van Winklers vader en hij had een relatie met haar. Maar hij kon het niet verdragen bemind te worden en daarom wilde hij mevrouw Sprong pijn doen. Dus trouwde hij met Winklers moeder, die hij uit de prostitutie had gehaald. H r wilde hij weer pijn doen door met Winkler te beginnen. Volgens mevrouw Sprong heeft Winkler geluk gehad, dat, toen hij naar de inrichting moest, het voor Winkler opgehouden is, anders was h¡j weer de dupe van zijn vaders gekheid geworden. T!
oen Winkler uit de inrichting kwam, mocht zijn vader van de doktoren en de politie geen contact meer met Winkler hebben.
Als Winkler dit allemaal duidelijk is, heeft hij een open gesprek met zijn moeder, die alles toegeeft. Winkler zal met zijn herinneringen moeten leren leven, maar het waarom is in ieder geval duidelijk.
Verhaalanalyse
De titel
De titel 'Het Dolhuis' komt van het Vlaamse woord voor gekkenhuis, een dolhuis. Wanneer Winkler al een tijdje uit de inrichting is, komt er bij hen thuis een Belgisch meisje, Stefanie, logeren. Zij zegt tegen Winkler, die verliefd op haar geworden is, dat ze van haar ouders niet verliefd op hem mag worden, omdat hij in een 'dolhuis' gezeten heeft. Dat is ook het belangrijkste in het boek; iedere keer komt terug dat Winkler in een inrichting heeft gezeten, dat hij het niet 'gewoon' kan vergeten. Steeds opnieuw wordt hij gedwongen, op welke manier dan ook, zichzelf daaraan te herinneren.
Soort boek
Het boek is een roman uit de volwassenen literatuur. Het bevat gedeeltelijk herinneringen van de schrijver, die zelf ook in een inrichting gezeten heeft en deze worden in het verhaal verwerkt. De hoofdpersoon is ook niet Bch zelf, het is een verzonnen persoon.
Het verhaal is gedeeltelijk historisch: de tijd dat Winkler nog een klein jongetje was, en het andere gedeelte is eigentijds: wanneer Winkler een volwassen man is.
Personages
De hoofdpersonage in 'Het dolhuis' is Winkler Brockhaus. De bijfiguren zijn Winklers vader en moeder, zijn broers, Stefanie, de zusters uit 'Huize Kindervrede', Winklers vriendinnen, G”ttge en Solange, en zijn vriend Emile. Hiervan is alleen Winklers vader een karakter, omdat alleen zijn karakter duidelijk genoeg beschreven wordt om er een goed beeld van te kunnen vormen.
In het begin van het boek is Winkler ongeveer tien jaar oud en op het eind is hij rond de dertig.
Zijn karakter is vriendelijk, alleen als het hem allemaal iets te veel wordt, kan hij boos uitvallen. Hij is ook nieuwsgierig; dat merk je wanneer hij in de inrichting geplaatst wordt: daar wil hij alles weten. Dit wordt hem daar vlug afgeleerd, in de inrichting mag hij niks vragen, alleen doen wat er gevraagd wordt. Vraagt hij (of ‚‚n van de andere 'pati‰ntjes') wel iets, dan krijgen ze meteen een klap. Hierdoor is...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

