Literatuur zonder grenzen, Hoofdstuk 7 en 8
Geplaatst door elizzie op Dinsdag 28 januari 2003
Hoofdstuk 7 Moderne literatuur (1914-1940)
1 Politiek en maatschappij
De literatuur is in de jarenvan het interbellum beïnvloed door de verschrikkingen in WO1.- De politieke situatie in Europa Toen de Servische Gravilo Princip in 1914 Franz Ferdinant en zijn vrouw dood schoot dacht hij niet dat daar een wereldoorlog uit zou komen, hij dacht alleen maar aan zijn eigen land. Oostenrijk met Duitsland als bondgenoot verklaarde Servië de oorlog. Rusland stond met Frankrijk aan de kant van Servië en Engeland sloot zich er later bij aan. De oorlog werd grotendeels ondergronds gevoerd. Ook het gifgas en de tanks werden gebruikt. In 1917 kondigde Duitsland de onbeperkte duikbootoorlog af en wierpen ook de Amerikanen zich in de strijd. Op 11 november 1918 werd het vuren gestaakt.
2 Ideeëngeschiedenis
- Reactie op de oorlog In het begin van de oorlog stortte de soldaten zich vol enthousiasme in het oorlogsavontuur. Toen kwam de schokkende confrontatie met de werkelijkheid. In de literatuur, vooral poëzie, werden die werkelijkheid met bittere woorden vertolkt. Ze werden geschreven in de loopgraven of met verlof. Meestal waren het korte gedichten. Romans en toneelstukken werden kort na de WO1 geschreven. De al dan niet persoonlijke ervaringen zijn belangrijk in het interbellum, vooral bij: Ernest Hemingway, Louis Ferdinant Céline en Erich Maria Remarque.
- Kunst en werkelijkheid In de 2e helft van de 19e eeuw ontstond de moderne visie op kunst. Baudelaire, Rimbaud en Mallarmé nieuwe taalvormen en een ander levensgevoel. Het wereldbeeld was versplinterd en impressionisten gaven daarvan een beeld. De termen avant-garde en modernisme zijn verzamelnamen voor bewegingen als: expressionisme, dadaïsme, surrealisme, futurisme en kubisme. Voor veel kunstenaars was alles waar ze eerst in geloofde na de oorlog vernietigd. In de literatuur ontstond een groot wantrouwen tegen bestaande vormen, clichés en modellen van de werkelijkheid. Dichters wilden terug naar een soort elementaire poëzie. Vanaf de renaissance was de taak van de kunst het zo natuurgetrouw afbeelden van de werkelijkheid. Hierop volgde het imperialisme. Na 191 was er sprake van bewuste misvorming van de werkelijkheid. In de literatuur ging het niet meer om het uibeelden van stemmingen, maar om de verschrikkingen van de moderne tijd. In de muziek waren het schrille klanken i.p.v. aangename melodieën. De componist Schönberg kon niet meer uit d voeten met de oude muzikale taal en bedacht en twaalftoonstelsel. Picasso schilderde zo alsof hij de kunst van het schilderen weer wilde ontdekken. Ze wouden zoals de dichter Rimbaud een eigen kunsttaal maken. Zowel in de kunst als in de literatuur waren modernistische kenmerken.
3 Literatuurgeschiedenis
modernisme = een verzamelnaam voor een aantal bewegingen.- Modernisme in de Poëzie In de moderne poëzie is vaak sprake van een wisselend gezichtspunt. Er is ook veel dubbelzinnigheid (Martinus Nijhoff, Bertus Aafjes). Ze vermengen ook verschillende stijlmiddelen. Guillaume Apollinaire zoekt al voor 1914 nar een nieuwe manier van dichten die beter past bij het moderne leven. Sommige dichters zoals T.S. Eloit maakten gebruik van verwijzingen en citaten uit de wereldliteratuur.
- Modernisme in de Roman In de modernistische roman uit de periode 1920-1940 blijken de ervaringen van het alledaagse bestaan te ingewikkeld te zijn om eenvoudig weer te kunnen geven. Als er al wordt geprobeerd om de wereld te verklaren, dan in deze niet volledig en definitief. Het geloof een hogere waarheid ontbreekt. In de 19e richtte de schrijver zich rechtstrees op de lezer. Het verhaal was logisch opgebouwd, en had personages waarin de lezer zich kon herkennen. In de modernistische roman is er geen alwetende verteller. De personages laten zich niet door en door kennen. Ze wisselden steeds van gedachten e.d. (stream of conscious). De lezer voelt daarbij mee met de gedachten van de personages. Deze verteltechniek die gebruikt werd door o.a. Virginia Woolf en James Joyce leent zich goed voor het beschrijven van de psychische gesteldheid. Psychologie speelt daarom in de modernistische roman een grote rol. De psychiater Siegmund Freud heeft met zijn leer over de psychoanalyse veel invloed uitgeoefend op schrijvers en kunstenaars. Volgend Freud heeft de mens naast zijn bewuste gedachteleven ook verborgen herinneringen, gedachten en dromen: het onderbewuste. Een aantal schrijvers paste dit toe op de literatuur: Virginia Woolf, James Joyce, Marcel Proust, Robert Musil, Thomas Mann, Anna Blaman en Simon Vestdijk.
- Expressionisme Het expressionisme ontwikkelde zich vooral in Duitsland, Frankrijk voelde zich meer aangesproken tot het surrealisme. Het expressionisme was een reactie op het naturalisme en impressionalisme. De impressionistische schilders werkten van buiten naar binnen, bij de expressionisten ging het om het uitdrukken van het eigen innerlijk. Vincent van Gogh werd beschouwd als de voorloper van de nieuwe stroming. De Duitse expressionisten gingen op zoek naar de nieuwe mens: afkeer van het burgerlijke, wou intens leven. In de poëzie moesten gevoelens heftig en zo direct mogelijk worden uitgedrukt. Expressionistisch taalgebruik kenmerkte zich door korte zinnen zonder duidelijke samenhang. Beeldspraak werd ontleend aan het dynamische leven van de stad. De kunstenaars zochten een nieuwe vormentaal, met snelheid en beweeglijkheid. De term 'expressionisme' werd voor het eerst in een artikel over Cézanne, Van Gogh en Matisse in het tijdschrift sturm gebruikt. De ideeën van Karl Marx en Freud hadden veel invloed. Ze gingen tegen de gangbare opvattingen over mens en maatschappij in. Sombere gedachten over de ondergang van de beschaving waren te lezen in het werk van de Duitse filosoof Oswald Sprengler. Duitsland had zich tussen 1895 en 1900 van agrarische naar geïndustrialiseerde staat ontwikkeld. Veel arbeiders gingen naar de steden om daar hun geluk te beproeven, meestal kwamen ze in ellendige omstandigheden terecht. Na WO1 wordt het Duitse expressionisme vooral gekenmerkt door een humanitaire gezindheid. Bij sommige dichters is de nieuwe mens vooral ontleend aan de stad, bij anderen is het meer pacifistisch gericht. In Nederland in het expressionisme zichtbaar bij Paul van Ostaijen en Hendrik Marsman.
- Dadaïsme In 1916 verzamelde zich in Zwitserland een groep jonge kunstenaars uit verschillende landen zich in het Zürichse cabaret Voltaire. Één van de oprichters Hugo Ball zei dat ze de naam dada hadden gevonden door in een woordenboek te prikken. Ze wezen elke vorm van cultuur af, vooral als die met het gevestigde systeem te maken had. Ze deden zichzelf belachelijk maken. De toeschouwers kregen: provocerende grappen, onbegrijpelijke muziek, verschillende gedichten die tegelijkertijd werden opgedragen en scheldpartijen. Ze wilden laten zijn dat de logica de westerse wereld niet veel verder had gebracht. De dadaïst Tristan Tzara schreef in 1918 dat het woord dada was gekozen vanwege het betekenisloze: dada betekent niets. Door dada werd een nieuw soort poëzie mogelijk, poëzie van de vrijheid. In veel dadaïstische poëzie speelt de dobbelsteen (=toeval) een grote rol. Hugo Ball vond dat een dadaïst afscheid moest nemen van de alledaagse taal. De zuiverste en meest doorzichtige vorm van het dadaïsme is het klankgedicht: De taal werd losgemaakt van elke betekenis en kreeg daardoor iets universeels. Marcel Duchamp zorgde voor veel opzien maar ook verontwaardiging. Hij exposeerde ready mades, eigenlijk gevonden voorwerpen.
- Surrealisme Het surrealisme is meer een mentaliteit dan een stroming. Surrealisten wilden het leven veranderen, ze werkten aan een nieuwe wetenschap met als object de verhouding tussen mens en kunst. André Breton heeft deze stroming in het leven geroepen met Manifeste du surréalisme (1942) . De stroming kreeg langzamerhand de trekken van een nieuwe godsdienst met eigen priester-dichters, paus en tempel. De surrealisten bestudeerden het onbewuste om zo door te kunnen dringen in een hogere werkelijkheid, de werkelijkheid boven de werkelijkheid. Één van de methoden die zou kunnen helpen was de écriture automatique , het automatisch opschrijven. Waarbij de schrijver ze ongeconcentreerd mogelijk, via associaties gedachten op papier zet. Een andere manier was om de rol van het toeval zo groot mogelijk te...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

