H.21 REUMATISCHE ZIEKTEN
INLEIDING
Reuma: pijnlijke, niet-traumatische aandoeningen van het bewegingsapparaat (o.a. degeneratie, ontsteking).
Classificatie:
1. Systemische bindweefselziekten: reumatoïde arthritis, SLE, sclerodermie.
2. Spondylartropathieën: spondylitis ankylopoetica, syndroom van Reiter.
3. Artrose.
4. Reumatische syndromen geassocieerd met infecties.
5. Metabole en endocriene ziekten geassocieerd met reumatische aandoeningen: jicht en pseudojicht.
6. Neoplasmata.
7. Neurovasculaire aandoeningen: neurologische compressiesyndromen.
8. Bot- en kraakbeenaandoeningen: osteoporose.
9. Extra-articulaire aandoeningen: 'weke-delenreuma'.
10. Restgroep.
Praktische indeling:
1. Ziekten die gepaard gaan met gewrichtsontstekingen (systemische aandoeningen, primaire gewrichtsontstekingen).
2. Degeneratieve aandoeningen van gewrichten, artrose.
3. Extra-articulair reuma (weke delen reuma).
Synoviaal gewricht:
a. hyalien gewrichtskraakbeen.
b. synoviale membraan.
c. gewrichtsvocht.
Deze drie compartimenten vertonen een sterke onderlinge afhankelijkheid.
Kraakbeen kent alleen een extrinsiek reparatiemechanisme, vanuit het subchondrale bot en de synoviale membraan.
De twee hoofdvormen van gewrichtsziekten zijn:
- artritis: ontsteking, primair gelocaliseerd in synoviale membraan.
- artrosis: degeneratie, primair gelocaliseerd in gewrichtskraakbeen.
Oorzaken van artritis:
1. infectie
2. depositie van immuuncomplexen (reactief)
3. kristallen en andere gevolgen van stofwisselingsstoornissen
4. vreemd lichamen
5. gewrichtsdestructie (artrose)
DIAGNOSTIEK ARTRITIS
Centraal: 1. Pijn van articulaire of periarticulaire origine?
2. Articulaire pijn: inflammatoir of niet-inflamma- toir?
Anamnese
Onderscheid ontsteking/degeneratie:
Artritis: pijnklachten op voorgrond. Pijn ook in rust. Gewricht meestal gezwollen en warm. Ochtendstijfheid.
Artrose: functiestoornis op voorgrond. pijn vnl. afhankelijk van bewegen en belasten. Weinig aan gewricht te zien (hoogstens hydrops). Startstijfheid.
Lichamelijk onderzoek
Men let op:
1. Ontstekingskenmerken: rubor, dolor, calor en tumor.
2. Beweeglijkheid:
Functio laesa i.v.v. passieve beegingsbeperking.
3. Andere fysisch-diagnostische symptomen:
- noduli
- misvormingen
- slotverschijnselen
- hypermobiliteit
Serologisch onderzoek
1. Acute fase-reactie: BSE, CRP, Hb, trombo's.
2. Reumafactoren (RF):
Auto-antistoffen (IgM) gericht tegen constante deel van zware keten van IgG-moleculen. Een negatieve uitslag sluit diagnose RA niet uit, een positieve uitslag bewijst RA geenszins.
3. Antinucleaire antistoffen (ANA):
Een positieve test kan aanwijzing zijn voor bestaan van bindweefselziekte. Bij positieve ANA-test => onderzoek op aanwezigheid van antistoffen tegen dubbelstrengs-DNA en van extraheerbare nucleaire antigenen (ENA: anti-Sm, anti-SS-A, anti-SS-B, anti-RNP).
4. Serum urinezuur.
Beeldvormend onderzoek
1. Röntgenonderzoek:
Afwijkingen pas waarneembaar na maanden tot jaren.
Kenmerken artritis:
- peri-articulaire ontkalking
- gewrichtsspleetversmalling
- erosie: aanvreting van para-articulair bot door chronische synovitis.
Kenmerken artrose:
- gewrichtsspleetversmalling
- sclerose van aan gewricht grenzende bot
- osteophyten
2. botscintigrafie.
3. artrografie.
Punctie van synoviaal vocht
Moet verricht worden bij verdenking op bacteriële artritis.
Diagnostische aspecten:
- hoeveelheid
- kleur
- helderheid
- viscositeit
- leukocyten
- kristallen
Synoviabiopsie
Indien anderszins geen diagnose kan worden gesteld.
BEHANDELING
Analgetica
1. Enkelvoudige analgetica:
Paracetamol (+ codeïne).
2. Anti-inflammatoire analgetica:
NSAID's (= niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen), deze onderdrukken de symptomen.
Vormen:
a. Salicylaten: - acetylsalicylzuur
- carbasalaatcalcium
b. arylazijnzuurderivaten: - diclofenac
- indometacine
c. arylpropionzuurderivaten: - ibuprofen
- naproxen
d. oxicamen: - tenoxicam
e. pyrazolinonderivaten: - azapropazon
f. overigen: - tolfenaminezuur
Werking:
Remming van prostaglandinesynthese en effecten op vele andere ontstekingsmediatoren.
Bij lage dosering vnl. analgetisch, bij hogere dosering tevens anti-inflammatoir.
Bijwerkingen:
a. gastro-intestinaal: - oesophagitis
- ulcera/bloedingen
- exacerbatie van colitis
b. beenmerg: - trombocytopenie
- leucocytopenie
- aplastische anemie
- trombocytenaggregatieremming (via remming van cyclo-oxygenase)
c. nieren: - (reversibele) nierinsufficiëntie
- interstitiële nefritis
- nefrotisch syndroom
- papilnecrose
d. huid: - pruritus
- exantheem
- urticaria
e. CZS: - hoofdpijn
- duizelingen
Langzaamwerkende antirheumatica
Toevoegen aan NSAID's om ziekte in remissie te kunnen brengen.
Vormen:
- antimalariapreparaten (chloroquine)
- goudverbindingen
- d-penicillamine
- sulfasalazine
- cytotoxische medicamenten (methotrexaat, azathioprine, cyclofosfamide)
Corticosteroïden
Sterke ontstekingsremmende eigenschappen. In hoge doseringen (> 40 mg per dag) tevens immunosuppressieve effecten.
Niet-medicamenteuze therapieën
Gedoseerde (bed)rust, afgewisseld met oefeningen.
Verder:
1. Fysiotherapie: bewegingstherapie en fysische therapie.
2. Ergotherapie.
GEWRICHTSONTSTEKINGEN
Definiëring:
Acuut: hoogtepunt binnen 24 uur.
Subacuut: binnen 6 weken na ontstaan zijn er spontane tekenen van verbetering.
Chronisch: 6 weken na ontstaan zijn er nog geen tekenen van spontane verbetering.
Monoartritis: 1 gewricht ontstoken.
Oligoartritis: twee tot drie ontstoken gewrichten.
Polyartritis: vier of meer ontstoken gewrichten.
Acute monoartritis
A. Kristalartritis
Jicht en pseudojicht.
B. Acuut reuma
Vorm van reactieve artritis die niet geassociëerd is met HLA-B27. Verschijnselen:
- verspringende artritis.
- carditis: pericarditis, myocarditis en/of endocarditis => mitraalinsufficiëntie, hartvergroting, soms decompensatio cordis.
- koorts en algemene ziekteverschijnselen.
- huidverschijnselen: erythema marginatum en/of subcutane noduli.
- cerebrale symptomen: chorea minor.
Vooral bij kinderen en jong volwassenen, in aansluiting aan een keelinfectie met beta-hemolytische streptococcen t.g.v. kruisantigeniciteit. Duur: 3 maanden.
Laboratorium: verhoogde BSE en CRP, stijging AST.
Behandeling:
Antibiotica (penicilline), bedrust en acetylsalicylzuur. Profylactisch na bewezen acuut reuma gedurende tenminste 5 jaar maandelijks Penidural-injecties ter voorkoming van recidief wat verhoogde kans op hartbeschadiging geeft.
C. Bacteriële (septische) artritis
Sprake van monoartritis met koorts. Vaak bacteriële artritis in tevoren al door ziekte (artrose/reumatoïde artritis) verzwakt gewricht. Het gewricht kan worden geïnfecteerd langs hematogene weg of per continuïtatem.
Diagnostiek:
1. Gewrichtspunctie: gram-preparaat, kweek en onderzoek op kristallen (jichtaanval kan infectieuze artritis imiteren).
2. Bloedkweken.
Behandeling:
1. Antibioticum parenteraal op geleide van kweken.
2. Drainage van het gewricht.
3. Immobilisatie van het ontstoken gewricht.
N.B.: gonokokken-artritis meest voorkomende vorm. Soms voorafgegaan door korte fase met koorts, algemene gewrichtspijnen en vluchtige huiduitslag, m.n. rond enkels en onderbenen. Slechts in 50% van gevallen zijn gonococcen in gewrichtsvocht aantoonbaar. Behandeling: antibiotica en rust.
Chronische monoartritis
Tuberculeuze artritis
Ziehl-Neelsen-kleuring van gewrichtsvocht positief in 50% van gevallen. Diagnose kan pas gesteld worden d.m.v. synoviabiopsie. Positieve Mantoux-reactie.
Subacute oligoartritis
A. Reactieve artritis
Steriele artritis, die 2 tot 6 weken na een infectie elders in het lichaam optreedt. Twee subgroepen:
1. HLA-B27-gebonden:
a. Urogenitale infectie
- N. gonorrhoea
- Chlamydia trachomatis
- Ureaplasma urealyticum
b. enterocolitis
- Salmonella
- Shigella flexneri
- Yersinia enterocolitica
- Campylobacter jejuni
c. ongedifferentieerde reactieve artritis
- geen infectieus agens aantoonbaar
2. Niet-HLA-B27-gebonden
- acuut reuma
- sarcoïdose
- virus-gebonden react. artr. (hepatitis B, rubella)
- N. gonorrhoea
- Mycoplasma
- herpes genitalis
Kliniek:
Met name knieën, enkels en (grote) teengewrichten. Tevens vaak sacroiliacaal gewricht. Asymmetrisch.
Extra-articulaire verschijnselen:
- enthesitis (achillotendinitis)
- urethritis
- conjunctivitis
- balanitis
- keratoderma blenorrhagica (= hyperkeratotische afwijking op handpalmen en voetzolen)
N.B.: trias artritis, urethritis en conjunctivitis staat bekend als syndroom van Reiter.
Reactieve artritis wordt beschouwd als een self-limiting ziekte (in 6-12 maanden), maar kan chronisch worden, waarbij overgang naar spondylitis ankylopoietica mogelijk is.
Behandeling:
Gedoseerde rust, NSAID's.
Sulfasalazine 2 g per dag zou gunstig effect hebben.
B. Sarcoïdose
In 15% van
de gevallen...![]()
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

