Gespreksvoering : vaardigheden en modellen
Molen, H.T. van der ; Kluytmans, Frits ; Kramer, Marret
Geplaatst op Zondag 03 november 2002
Naast een samenvatting van het boek: Gespreksvoering, zit er ook nog een samenvatting bij van het moduulboek dat gebruikt wordt op de Hogeschool Saxion. Dit heet Methodiek Personeel & Arbeid, communicatieve vaardigheidstraining
Hoofdboek
Communicatie: uitwisseling van symbolische informatie die plaatsvindt tussen mensen die zich van elkaars onmiddellijke of gemedieerde aanwezigheid bewust zijn.Aspecten van interpersoonlijke communicatie:
Coderen: het verwoorden van ideeën, gedachten en gevoelens, zodat de ander ze kan begrijpen.
Decoderen: de ander probeert deze verwoording te begrijpen.
Referentiekader: een geheel van normen, waarden, opvattingen en vanzelfsprekendheden op grond waarvan wij onze omgeving waarnemen, op grond waarvan wij handelen en die omgeving beoordelen.
Situationele signalen: de situatie benutten waarin we de boodschappen verzenden (inrichting van kantoor, bepaalde kleding)
Verschillende soorten van kanalen:
- vocaal-auditieve kanaal: praten en luisteren
- visuele kanaal: gebaren die door de ander gezien worden
- tactiele kanaal: elkaar aanraken
- fysieke ruis: veroorzaakt door alle signalen van buitenaf die spreken, luisteren, kijken en voelen bemoeilijken of onmogelijk maken (lawaai, dragen van een zonnebril)
- psychologische ruis: vooroordelen en stereotype opvattingen die de doorgang van signalen belemmert.
- semantische ruis: wanneer beide partijen niet dezelfde codes hanteren.
Feedback: de informatie over de boodschappen die wij zelf eerder hebben uitgezonden (we zien wat we schrijven, de ander geeft commentaar op wat je net gezegd hebt.
Context: de context waar een gesprek in plaats vindt.
Specifieke kenmerken van communicatie:
- circulair proces
- interpuncties
- niet niet communiceren
- onomkeerbaar proces
- referentiele aspect: een zakelijke mededeling.
- expressieve aspect: drukt iets uit over de gemoedstoestand en de denkwereld van de zender.
- relationele aspect: zegt iets over de relatie tussen zender en ontvanger.
- appellerende aspect: de oproep aan de ander om iets te doen of te laten.
- luistervaardigheden (luisteren, samenvatten, doorvragen, parafraseren, reflecteren)
- regulerende vaardigheden (structurerende vaardigheden)
- zendervaardigheden (alles wat te maken heeft met het brengen van een boodschap)
Slechte luistergewoonten:
- te veel met jezelf bezig zijn
- laten afleiden door externe zaken: ruis
- inadequaat selectief luisteren
- opvullen en vervormen van boodschappen
- defensief gedrag
- aandachtgevend gedrag
- stellen van vragen
- parafraseren van de inhoud (een korte, in eigen bewoordingen gestelde herhaling van wat de ander net gezegd heeft) à belonend, controlerend en stuurmiddel.
- samenvatten à aanbrengen van structuur, stuurmiddel
- reflecteren van gevoelens à begrepen, veiligheid, controle, meer contact
- keuze en timing van reacties
- focussen op de grote lijn: de rode draad van de ander goed volgen
- fouten bij het stellen van vragen: vraag sluit niet aan bij het verhaal, suggestieve vragen.
- fouten bij parafraseren: de parafrase is te lang, wordt niet in eigen woorden gesteld, is te globaal, bevat een oordeel.
- fouten bij samenvatten: weglaten en vergeten van essentiële informatie, onjuist samenvatten, verkeerde timing.
- fouten bij gevoelsreflecties: het niet herkennen v/d gevoelens v/d ander, verkeerde woordkeuze, verkeerde intensiteit
Het openen van het gesprek:
- ijs breken
- vaststellen van doelen
- vaststellen van gesprekspunten
- beschikbare tijd bepalen
Situatie verduidelijken à meta-communicatie: wordt gebruikt om de situatie te verduidelijken. Het is een gesprek over het gesprek à zie blz 53 voor figuur.
Hardop denken kan gebruikt worden:
- wanneer u een vraag wilt stellen die voor de ander niet duidelijk zal zijn en daarom inzichtelijk gemaakt moet worden.
- wanneer het gesprek stokt en een gezamenlijke voortzetting geboden is.
- wanneer eigen gedachten het luisteren naar de ander belemmeren.
Zendervaardigheden
Feitelijke informatie geven:
Criteria bij schriftelijke teksten, ze moeten:
- taalkundig correct geformuleerd worden
- duidelijk zijn door een goede woordkeuze en korte zinnen
- aantrekkelijk zijn door een goede structuur
- Gepast zijn aan het referentiekader van de ontvanger
- een overzichtelijke en ordelijke structuur aanbrengen in zijn verhaal
- een eenvoudige stijl hanteren, met korte zinnen
- bekende woorden gebruiken en zijn gedachten duidelijk formuleren
- zijn verhaal bondig en aantrekkelijk houden
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

