LoginnaamWachtwoord
Basisboek kwalitatief onderzoek : praktische handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek
Baarda, D.B. ; Goede, M.P.M. de ; Teunissen, J.
Geplaatst op Maandag 11 november 2002


Basisboek Kwalitatief Onderzoek (Baarda e.a.)

Hoofdstuk 1.

Participerende observatie Als onderzoeker deelnemen aan de te onderzoeken activiteiten
Open interview De geďnterviewde wordt zo min mogelijk gestuurd om hem/haar zo zelf de eigen ideeën/mengingen te laten formuleren
Topic interview Interview over een bepaald gespreksthema
Documenten verzamelen Het verzamelen en analyseren van reeds bestaande documenten: Brieven, dagboeken, kranten, tv journaals, tekeningen. etc
Dataverzamelingsmethoden Participerende observatie, open interview, documenten verzamelen (zijn de drie meest gebruikte methoden bij kwalitatief onderzoek)
Omschrijving k.o. Onderzoek waarbij je overwegend gebruik maakt van gegevens van kwalitatieve aard en dat als doel heeft onderzoeksproblemen in of van situaties, gebeurtenissen en personen te beschrijven en te interpreteren.
Kwaliteiten Heeft betrekking op aard, waarde en eigenschappen
Kwantiteiten Heeft betrekking op bv hoeveelheden, omvang, frequentie, mate van voorkomen van iets of iemand
Nominaal- ordinaal, interval en ratio meetniveau
  • Nominaal niveau (onderscheid, vb geslacht)
  • Ordinaal niveau (ordening onderscheid, vb opleidingsniveau)
  • Interval niveau( gelijke verschillen, ordening, onderscheid, vb intelligentie)
  • Ratio niveau (natuurlijk nulpunt) ( verhoudingen blijven gelijk, gelijke verschillen, ordening, onderscheid, vb leeftijd)
Veld De praktijk waarin je onderzoek doet
Non-reactiviteit Het zo min mogelijk verstoren van de situatie
Holisme Het onderzoeksprobleem als een omvattend, samenhangend geheel benaderen
Triangulatie-aanpak Het gebruik van verschillende soorten van gegevens of gegevensbronnen en voor verschillende dataverzamelingsmethoden.
Multimethode-aanpak Zie triangulatie
Contextualiteit Het probleem wordt geplaatst binnen de historische en maatschappelijke context waarin dat zich voordoet
Directe waarneming De onderzoeker is zelf het “onderzoeksinstrument”waarmee gegevens worden verzameld
Rolovername De onderzoeker wil zich zo goed mogelijk verplaatsen in de positie van de betrokkenen. Hij neemt ahw de plaats in/de rol over van de onderzochten in het veld.
Beleving, betekenis verlening, intersubjectiviteit.
Def. Van de situatie
De manier waarop de betrokken zelf, persoonlijk aankijkt tegen de dingen en die dingen ervaart. Als het om meer personen gaat probeert de onderzoeker hun gezamenlijke of gedeelde beleving ( = intersubjectiviteit) te achterhalen. De gedeelde betekenisverlening wordt ook wel “definitie van de situatie genoemd”.
Verklaringskader
Zoeklicht-theorie
Een theorie kan in een K.O. van belang zijn als achterliggend verklaringskader of als “zoeklichttheorie”, waarmee verschijnselen kunnen worden geďnterpreteerd of verklaard
Theoretische terughoudendheid In een K.O. terug houdend omgaan met theoretische achtergronden: zoveel mogelijk onbevangen het onderzoeksgebied betreden.
Theoretische exploratie (K.O. kan ook gericht zijn op) het ontwikkelen van een theorie
Cyclisch-iteratief In een K.O. koppel en volg je stappen vooruit en achteruit als in een op cq neerwaartse spiraal (=cyclisch) en je gaat heen en weer tussen stappen (=iteratief).)
  1. Welke zijn de meest gebruikte methoden van dataverzameling in kwalitatief onderzoek?
    Participerende observatie, open interview, documenten verzamelen zijn de drie meest gebruikte methoden bij kwalitatief onderzoek
  2. Bij het verzamelen van welke informatie, gebruik je welke methode?
    Bestaande gegevens en documenten zegt al hoe:
    Interview: je wilt van onderzoekseenheden weten wat ze vinden, denken, voelen etc
    Observatie: waarneming van gedrag, interactie etc
  3. Wat is het doel van kwalitatief onderzoek?
    Onderzoek( waarbij je overwegend gebruik maakt van gegevens van kwalitatieve aard en) dat als doel heeft onderzoeksproblemen in of van situaties, gebeurtenissen en personen te beschrijven en te interpreteren.
  4. Wat wordt bedoeld met de ‘kwaliteiten’ van je onderzoeksverschijnselen?
    Met kwaliteiten wordt bedoeld de aard, waarde en eigenschappen van de verschijnselen
  5. Van welk meetniveau zijn kwalitatieve gegevens meestal?
    Het meetniveau is bijna altijd nominaal en ordinaal
  6. Kan je over kwalitatieve gegevens statistische berekeningen uitvoeren?
    Heel beperkt, je kunt, nl bij nominaal alleen onderscheiden, bij ordinaal kunnen je onderscheiden en ordenen. .Via een extra bewerking kunnen de uitkomsten van het onderzoek ver-/bewerkt worden tot bv  intervalniveau. Daar zijn dan wel statistische berekeningen mee uit te voeren
    (Het terugbrengen van kwalitatieve gegevens tot kwantitatieve, getalsmatige kenmerken heeft als nadeel dat de rijkdom en de diepgang van de gegevens verloren kunnen gaan.
  7. Wanneer en waarom doe je K.O. Noem enkele concrete onderwerpen die volgens jou geschikt zijn voor een kwalitatieve onderzoeksbenadering. (waarom: zie ook doel)
    K.O. is een geschikt en veel toegepaste onderzoeksaanpak als:
    1. het doel is:
      • een probleem of thematiek in concrete, alledaagse omstandigheden te beschrijven en te interpreteren;
      • de beleving of betekenisverlening van de betrokkenen te achterhalen
    2. de onderwerpen
      • ingewikkeld en complex zijn;
      • gevoelig liggen of tot de taboesfeer behoren;
      • betrekking hebben op processen en interacties in bestaande situaties, instituties en instellingen
        VB: incest, mishandeling, discriminatie
    3. de onderzochten
      • terughoudend zijn met het geven van informatie omdat ze achterdochtig zijn of onzeker;
      • geen duidelijke of uitgesproken mening hebben;
      • moeite hebben hun opvattingen te verwoorden;
      • moeilijk te bereiken of te benaderen zijn.
      • vertrouwen in een intensieve interactie met de onderzoeker nodig hebben, voor het kunnen verstrekken van informatie.
        VB belastingontduikers, criminelen, stropers
        (K.O. gebruik je als je onderzoeksprobleem, naar doel, onderwerp en onderzochten, kwalitatieve kenmerken heeft.
        (VB van onderzoeken: naar jeugdbendes, gezinsvormen, bedrijven, peilen van ontwikkelingen in verkiezingsonderzoek, marktonderzoek)
  8. Wat wordt in kwalitatief onderzoek bedoeld met onderzoeksveld?
    Dat deel van de praktijk waarin je je onderzoek doet.
  9. Verschilt je onderzoekssituatie in kwalitatief onderzoek veel van de bestaande situatie?
    Nee, de onderzoeker zal zoveel mogelijk te proberen de bestaande situatie zo min mogelijk te verstoren. (non reactiviteit)
  10. Leg uit wat in kwalitatief onderzoek wordt bedoeld met holisme en wat met contextualiteit.
    • Holisme: Het onderzoeksprobleem als een omvattend, samenhangend geheel benaderen
    • Contextualiteit: Het probleem wordt geplaatst binnen de historische en maatschappelijke context waarin dat zich voordoet
  11. Wat wordt er in kwalitatief onderzoek bedoeld met: de ‘definitie van de situatie’?
    Beleving, betekenis verlening: De manier waarop de betrokken zelf, persoonlijk aankijkt tegen de dingen en die dingen ervaart. Als het om meer personen gaat probeert de onderzoeker hun gezamenlijke of gedeelde beleving ( = intersubjectiviteit) te achterhalen. De gedeelde betekenisverlening wordt ook wel “definitie van de situatie genoemd”.
  12. Theorie kan in kwalitatief onderzoek op verschillende manieren worden gebruikt. Beschrijf die verschillende functies in het kort.
    Een theorie kan in een K.O. van belang zijn als achterliggend verklaringskader of als “zoeklichttheorie”, waarmee verschijnselen kunnen worden geďnterpreteerd of verklaard.
    (In een K.O. terug houdend omgaan met theoretische achtergronden: zoveel mogelijk onbevangen het onderzoeksgebied betreden)
    K.O. kan ook gericht zijn op het ontwikkelen van een theorie (Theoretische exploratie)
  13. Wat wordt in kwalitatief onderzoek bedoeld met een cyclisch- iteratief onderzoeksproces?
    In een K.O. koppel en volg je stappen vooruit en achteruit als in een op cq neerwaartse spiraal (=cyclisch) en je gaat heen en weer tussen stappen (=iteratief).)
    Dit is tevens een schematisch overzicht van het verloop van een K.O. Er vinden telkens onderzoeksloops plaats. Als er bij een stap terug (bv bij de probleemstelling) een verandering optreedt op  basis van bv de analyse van de waarnemingen in het veld, dan  moeten alle daarop volgende stappen opnieuw uitgevoerd worden Doe je dat niet dan ontstaan er lacunes in je onderzoeksgegevens en loop je het risico dat je uitkomst niet klopt of dat je geen uitkomst kunt geven.
  14. Welke kenmerken heeft een K.O.
    De kenmerken zijn:
    • onderzoek onder alledaagse omstandigheden (zie ook veld, non-reactiviteit)
    • onderzoekssituatie is een geheel binnen een context ( zie ook holisme, triangulatie/multimethode aanpak, contextualiteit)
    • directe waarneming
    • subjectiviteit en betekenisverlening ( zie ook rolovername, beleving en betekenis verlening, intersubjectiviteit)
    • integratie van dataverzameling en data-analyse
    • theorie in kwalitatief onderzoek ( zie ook verklaringskader, zoeklichttheorie, theoretische terughoudendheid en – exploratie.)

Basisboek Kwalitatief Onderzoek (Baarda e.a.) Hoofdstuk 2.

Onderzoeksprobleem Datgene waarover je meer wilt weten
Opdrachtonderzoek Onderzoek in opdracht van ander
Literatuurstudie Voor relatief nieuwe onderwerpen zal de onderzoeker eerst literatuur studie uitvoeren
Onderzoekbaarheid:
  • Ethisch normatieve problemen
dit soort problemen zijn lastig te onderzoeken; bijbehorende vragen: wat is mooi cq lelijk (= esthetisch), of wat zou u, ethisch gezien, doen in situatie X
  • Belevingsvragen
Bij ethisch normatieve problemen kan aan de respondenten  wel gevraagd worden, wat ze er van vinden (of bv straf goed voor kinderen is)
uitvoerbaarheid:
  • Afbakenen en inperken
Bij een te omvangrijk probleem kun je je beperken tot een deel van dat het probleem (inperken) of je beperkt je onderzoeksveld( locaties, situaties, gebeurtenissen of personen die je wilt onderzoeken) (afbakenen)
  • Ethische gedragsregels en codes
  • De onderzochten dienen vrijwillig mee te werken
  • Anonimiteit moet gewaarborgd zijn
  • Onderzochten mogen geen nadelige gevolgen ondervinden
  • Je mag geen valse voorstelling van zaken geven

En

  • Je resultaten en conclusies moeten inzichtelijk en controleerbaar zijn
  • Onderzoeksresultaten niet zonder toestemming opdrachtgever aan anderen doorgeven
  • Verhuld of verborgen onderzoek
Sommige problemen zijn gezien hun aard, bv discriminatie, kindermishandeling, alleen goed uitvoerbaar als dit verhuld of verborgen wordt uitgevoerd.
  • Tijds- en arbeidsintensief
K.O. is arbeids- en tijdsintensief en daarom veelal duur. Daarom is het noodzakelijk een goede tijdsplanning(tijdpad) te maken en een goede...







Reacties

henkhuppelschoten25 februari 2005 @ 12:16 uur
De omvang van deze steekproef kan bepaald worden aan de hand van statistieken. De omvang van de steekproef indien de klantomvang onbekend is bedraagt: n=> z˛/4a˛
n= steekproefpopulatie
z= betrouwbaarheid
a= geëiste maximale afwijking

Indien een betrouwbaarheid van 95% wordt aangehouden en een maximale afwijking van 5% gehanteerd wordt komt de steekproefpopulatie uit op:
n=> 1,96˛/(4*0,05˛)= 348

beter laat als nooit he, groeten!
anneken12 december 2004 @ 14:13 uur
hoe bepaal ik hoeveel interviews ik moet doen bij kwalitatief onderzoek?




Laatst bekeken...