Oude Egypte
Geplaatst door vanvliet op Maandag 29 oktober 2001
Inleiding
Het dagelijks leven in het oude Egypte speelt zich af rond de Nijl en de vruchtbaren oevers.
De jaarlijkse overstroming van de Nijl maakte de aarde rijker en daardoor waren er goede oogsten en een en gezond land.
De mensen van het oude Egypte bouwden van moddersteen hun huizen en hun dorpen en op het land groeide genoeg om te eten en om te ruilen met andere dorpen voor ander eten dat zij niet zo makkelijk konden produceren.
De meeste oude Egyptenaren gebruikten hun handen zoals boeren,houtsnijders en schrijvers.
Een kleine groep van de populatie was koninklijk . Samen met de andere groepen vormden zij de bevolking van Egypte.
De oude Egyptenaren dachten dat Egypte verdeeld was in twee verschillende soorten land: Het Zwarte land en Het Rode land.
Het Zwarte land was het vruchtbare land.
De oud Egyptenaren gebruikte dit land om hun groente te verbouwen.
Dat deden ze omdat er daar op het land ieder jaar klei uit de bergen kwam te liggen door de overstroming van de Nijl
Het Rode land was de verlaten woestijn, maar die verlaten woestijn zorgde er ook voor het oude Egypte niet werd overvallen door buurlanden
De Farao
De Farao’s zwaaiden 3000 jaar lang de baas in Egypte.
De heerschappij van de farao’s was een van de langste en het succesvolste bestuur uit de wereld geschiedenis.
Farao’s waren daarom ook geen gewone koningen.
Als een Farao zijn troon besteeg, in al zijn koninklijke waardigheid, geloofde zijn onderdanen dat de geest van Horus ( de god van koningen en de hemel) bij de farao binnen kwam, de faraowas een god op aarde.
De oude Egyptenaren geloofden oom dat de farao afstamde van de zonnegod Re, en dat er goddelijk bloed door zijn aderen stroomde.
De farao had ongelofelijk veel macht.
Egypte was zijn eigendom.
Hij was verantwoordelijk voor alles wat er in het land gebeurde, voor de betrekkingen en omringende, voor de handel en voor de veiligheid en het welvaren van zijn onderdanen.
Hij was als hoogste aanvoerder van leger en vloot, en hij was opperpriester van alle goden en godinnen in Egypte.
Hij maakte wetten en strafte overtreders.
De farao moest met de goden gunstig stemmen, zodat het weer goed bleef,de Nijl voldoende water meevoerde, de akkers er goed bijstonden en het vee jongen kreeg.
Ook moest de farao er voor zorgen dat zijn onderdanen het goed hadden in het leven na de dood.
De farao was dus oppermachtig, al kon hij niet ingaan tegen de wil van de goden. Hij moest zorgen dat de wereld net zo volmaakt bleef als deze lang geleden geschapen was door goden
De Nijl
Het regent zelden in Egypte en daardoor was de Nijl de enige water toever voor alle mensen, dieren en landbouwgronden.
Vroeger overstroomde de Nijl altijd tussen half juli en half oktober het rivier dal en de Delta.
Met het rivierwater kwam donkere modder mee, die op het land achterbleef en het vruchtbaar maakte.
Het hele jaar door kon er gevist worden in de Nijl.
Langs de oevers groeide veel riet; daarmee maakte de Egyptenaren daken,matten,meubels, sandalen en kleine...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

