Proefdieren en dierproeven
Geplaatst door mmolly op Dinsdag 22 oktober 2002
Inleiding
Sinds de 5e eeuw voor Christus zijn er al experimenten op dieren gedaan. Er werden al proeven op levende dieren gedaan. Later in de 2e eeuw na Christus werden dierexperimenten gedaan die nog voor honderden jaren de basis voor de geneeskunde zouden vormen. Pas in de 15e eeuw groeide het besef dat praktijk onderzoek net zo belangrijk was als theoretische onderzoek.300 jaar daarna werden dierproeven zelfs beschouwd als noodzakelijk voor medische vooruitgang. Maar binnen een eeuw kwam er op dierproeven kritiek. Aan het eind van de 19e eeuw steeg het proefdiergebruik. In 1977 werd de Wet op Dierproeven in Nederland ingevoerd. 1981 werd het jaar van het begrip 'intrinsieke waarde' van het dier. Dit betekent dat elk dier nu ook volgens de wet een eigenwaarde heeft. Ook op Europees niveau komen deze ideeën langzaam maar zeker tot hun recht.
Meestal zijn proefdieren modellen voor de mens. Omdat de onderzoeken pijnlijk zijn of zelfs dodelijk, gebruiken we geen mensen maar dieren voor deze testen. Maar dieren zijn geen mensen. Wel zijn er overeenkomsten. Dieren hebben bijvoorbeeld ook een lever, nieren, ogen, oren en sommige longen en hersenen. Toch kun je niet zeggen dat dieren hetzelfde zijn als mensen. Ze gedragen zich anders en ze eten hele andere dingen. Dieren hebben dan wel een lever, net als mensen, maar omdat ze andere dingen eten werkt de lever anders. Dit geld ook voor de meeste andere organen.
Ziekten die mensen krijgen, komen vaak niet voor bij dieren. Dit maakt het voor onderzoekers heel moeilijk resultaten uit dierproeven te gebruiken voor mensen.
De vragen waar we in dit werkstuk antwoord op gaan geven zijn:
- Voor welke doelen worden in ons land proefdieren gebruikt?
- Wat voor proefdieren worden er gebruikt en in welke aantallen?
- Wat voor alternatieven zijn er voor het gebruik van proefdieren?
Wat voor onderzoek en de aantallen
Het aantal dieren die als proefdieren worden gebruikt is sinds 1985 in Nederland aanzienlijk gedaald. In de jaren van 1981 werden er ongeveer 1,45 miljoen dieren gebruikt als proefdieren. Na 1992 is het gebruik van proefdieren al onder de 800.000 gekomen. Het gebruik van proefdieren zal ongeveer blijven hangen rond de 750.000 dieren per jaar.Dierproeven voor medisch onderzoek
De meeste proefdieren worden voor medisch onderzoek gebruikt. Medisch onderzoek is onderzoek naar:- medicijnen en behandelmethoden voor ziekten
- de oorsprong en het verloop van ziekten
- het voorkomen van ziekten door het ontwikkelen en maken van vaccins
- het herkennen en opsporen van ziekten
Elk jaar houdt de Veterinaire Hoofdinspectie (VHI) van het Ministerie van Volksgezondheid het aantal proefdieren en dierproeven bij.
Giftigheidonderzoek
Jaarlijks worden veel dierproeven gedaan om de giftigheid van stoffen te bepalen. Het gaat dan om stoffen die door de mensen zijn gemaakt en die gebruikt worden in het huishouden zoals b.v. schoonmaakmiddelen en voor de landbouw bestrijdingsmiddelenAls ze de giftigheid van de stoffen gaan onderzoeken, dan krijgen dieren de stoffen gevoerd, ingespoten of op de huid of in ogen gesmeerd.
De onderzoekers kijken dan of de dieren er aan leiden en hoe ze er aan lijden. Ze kijken dan ook nog hoe lang dat duurt. Door dit soort proeven kunnen onderzoekers berekenen in welke hoeveelheid van bestrijdingsmiddelen mensen mogen binnenkrijgen dat op fruit zit. Door de alternatieven op dierproeven zijn er de laatste jaren veel minder giftigheidproeven gedaan.
Onderwijs
Voor het onderwijs gebruiken studenten gezonde levende dieren om te leren hoe het menselijk en dierlijk lichaam er van binnen uitziet, of hoe dieren zich gedragen. Ook als ze later in hun beroep niet met dieren gaan werken. Ze leren hoe ze in de dieren moeten snijden, hechten en andere dingen. Voor in het onderwijs zijn er ook alternatieven voor dierproeven. Men denkt dat ongeveer 2% per jaar van de studenten een alternatief programma volgt. Dus ze doen iets anders dan waar de dierproeven voor waren gedaan.Proefdieren worden voor allerlei onderzoek gebruikt. Bijvoorbeeld onderzoek voor de ruimtevaart, verkeersongelukken of onderzoek van de hersenen van dieren. Het is niet altijd duidelijk welk nut het onderzoek heeft voor het genezen van mensen. Vaak doen onderzoekers proeven omdat ze nieuwsgierig zijn en omdat het misschien in de toekomst belangrijk kan worden. In de tabel hiernaast staat hoeveel dieren voor bepaalde onderzoeken gebruikt worden.
| Onderzoek naar: | Aantal 1997 Wetenschappelijk onderzoek |
| Kanker | 79.894 |
| Hart en vaatziekten | 32.929 |
| Geestesziekten of ziekten van het zenuwstelsel | 13.061 |
| Andere ziekten bij mens of dier | 72.867 |
| Andere lichamelijke kenmerken | 26.155 |
| Een andere wetenschappelijke vraag | 99.443 |
| Totaal | 324.349 |
DE AANTALLEN
Zoals we al zeiden wordt het aantal proefdieren en dierproeven sinds 1977 jaarlijks bijgehouden door de Veterinaire Hoofdinspectie. Deze dienst controleert of de instellingen die dierproeven doen zich wel aan de wet houden. De VHI is een onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Alle dierproeven die in Nederland worden gedaan en alle proefdieren die worden gebruikt, moeten worden geteld en doorgeven aan de VHI. Dat staat in de Wet op de dierproeven. In 1997 werden er bijna 712.000 dieren gebruikt in dierproeven. Dit zijn bijna 2000 proefdieren per dag. Deze dierproeven vinden plaats in 98 instellingen voor onderzoek of onderwijs. Dit zijn universiteiten, bedrijven, overheidsinstellingen, ziekenhuizen en scholen voor het middelbaar en hoger beroepsonderwijs.Sinds dat het aantal dierproeven wordt bijgehouden, is dit aantal meer dan gehalveerd. De oorzaken van deze snelle daling van het aantal dierproeven zijn:
- De invoering van de Wet op de dierproeven
- De verplichte registratie en de komst van alternatieven voor dierproeven.
In 1997 werden in Nederland bijna 1 miljoen proefdieren gehouden. Een kwart van deze dieren zijn niet in proeven gebruikt. Zij zijn dus overbodig. Slechte planning is één van de oorzaken van dit enorme proefdieroverschot. Vaak weten de onderzoekers van tevoren niet precies hoeveel dieren er nodig zijn en op welk moment ze die dieren nodig hebben voor onderzoek. De dieren kunnen dan bijvoorbeeld al weer te oud zijn waardoor ze niet meer bruikbaar zijn voor het onderzoek.
Een andere oorzaak is dat voor bepaalde experimenten met de dieren alleen de mannetjes vrouwtjes nodig zijn. Het kan ook zijn dat ze een bepaald gewicht moeten hebben voor de proef. Als ze dan te zwaar zijn of het dier had van het andere geslacht moeten zijn, dan zijn de dieren niet nuttig. Het zijn ‘restanten’.
Bij het fokken van de dieren houden ze vaak al rekening met dat er ziekten kunnen uitbreken onder de proefdieren. Daarom worden er dus te veel dieren gefokt om zeker te zijn dat er voldoende dieren overblijven. Proefdieren zijn namelijk erg kwetsbaar want ze groeien op in een omgeving waar ze geen natuurlijke afweer tegen ziekten kunnen opbouwen. Hierdoor worden ze snel ziek.
De meest gebruikte proefdieren zijn muizen en ratten. Maar ook met vele andere diersoorten worden experimenten gedaan. De laatste jaren worden steeds meer proeven met vogels (vooral kippen) gedaan. Zij worden gebruikt voor onderzoek naar huisvesting in legbatterijen. Ook groeit het apengebruik in Nederland. In 1993 werden nog 377 apen gebruikt, in 1996 waren dat er al 1093. In 1997 is het aantal apen gelukkig afgenomen. Hopelijk zet deze afname in de toekomst door. De Vereniging Proefdiervrij wil dat het aantal proefdieren in de komende jaren snel afneemt. Want net als mensen hebben dieren recht op een waardig bestaan, zonder dat ze constant angst en pijn hoeven te voelen. Uit de cijfers blijkt dat 48% van de dieren in de proeven pijn heeft. Van de bijna 712.650 dieren die in Nederland in proeven gebruikt worden, overleeft slechts 5,9% de dierproeven. Al de andere dieren sterven tijdens de proeven of worden na de proeven alsnog gedood.
Aantal proefdieren per soort in 1997
| Muizen | 295473 | ||||||||||||||||||||||||
| Ratten | 234179 | ||||||||||||||||||||||||
| Cavia's | 14486 | ||||||||||||||||||||||||
| Andere Knaagdieren | 5286 | ||||||||||||||||||||||||
| Konijnen | 10392 | ||||||||||||||||||||||||
| Apen | 674 | ||||||||||||||||||||||||
| Honden | 1439 | ||||||||||||||||||||||||
| Katten | 330 | ||||||||||||||||||||||||
| Andere Vleeseters | 1575 | ||||||||||||||||||||||||
| Paarden | 353 | ||||||||||||||||||||||||
| Varkens | 9951 | ||||||||||||||||||||||||
| Geiten/Schapen | 4569 | ||||||||||||||||||||||||
| Runderen | 2130 | ||||||||||||||||||||||||
| Andere... Reacties
| |||||||||||||||||||||||||

